Communistisch gedachtegoed
Qi’s grootouders kregen drie kinderen. Qi’s moeder was het tweede kind en eveneens het tweede meisje. Haar ouders hadden liever een jongen gehad. Meisjes behoren na hun trouwen toe aan de familie van hun man en zorgen voor diens ouders. Meisjes kosten dus vooral geld, en leveren op de langere termijn niets op. Qi’s moeder kreeg wel een naam, iets wat een paar decennia eerder niet gebeurd was. Toen was ze simpelweg “tweede dochter van Ni” genoemd. Haar moeder kan de geboortedatum niet precies herinneren. Alleen de maand en het jaar. Gelukkig was het derde kind een jongen.
Qi’s moeder werd belast met de zorg voor haar oudere zus en jongere broertje, die naar school mochten terwijl zij het huishouden deed en op het land werkte. Haar ouders vertrokken naar Shanghai om daar geld te verdienen. Er heerste grote hongersnood als gevolg van de Grote Sprong Voorwaarts, een campagne van Mao die arbeidsintensieve industrialisatie moest bevorderen in plaats van de opbouw van kapitaal en de aanschaf van grote machines. In plaats van nieuwe fabrieken te bouwen werd de plattelandsbevolking georganiseerd in communes, die werden gedwongen staalovens in hun achtertuin te plaatsen. Ideologische zuiverheid was belangrijker dan expertise. De geproduceerde staal was dan ook slecht van kwaliteit en onbruikbaar. De campagne werd teruggedraaid en boeren konden zich weer op hun eigenlijke werk richten. Ondertussen waren naar schatting 40 miljoen Chinezen de hongerdood gestorven.
Qi’s moeder slaagde erin lid te worden van de Communistische Partij. Dat was en is geen kwestie van even een lidmaatschapskaart invullen. Het aspirant lid moet van onbesproken gedrag zijn en meerdere examens afleggen om aan te tonen dat hij/zij het communistisch gedachtegoed eigen is. De leden van de Communistische Partij vormen immers de voorhoede van het volk. Door haar partijlidmaatschap kwam Qi’s moeder in aanmerking voor betere banen. Ze heeft nu een leidinggevende functie op een middelbare school, waar ze de conciërges aanstuurt. Voor banen op scholen is partijlidmaatschap vaak vereist. De school is immers dé plaats waar het communistisch gedachtegoed moet worden uitgedragen.
Mao zei: “Hoe meer mensen, des te sterker we zijn.” Deze communistische gedachte werd na zijn dood ‘bijgesteld’ in de vorm van de één-kind-politiek. De gelijkheid tussen mannen en vrouwen werd hierbij nog eens benadrukt. Als iemand die gedachte kan uitdragen dan is het Qi’s moeder wel, lijkt me.