Made in China

Archief van juni 2007

Mensenrechten

16 juni 2007, 6:16 (China 14:16)

“O, een buitenlander!?” De mevrouw van het hotel was wat verbaasd toen ze de kamer binnenliep. Qi en zijn vader hadden tevergeefs geprobeerd de airconditioning aan de praat te krijgen. “Uw zoon zal wel dankbaar zijn dat hij een buitenlander als vriend heeft”, merkte ze terloops op, al zoekend naar de afstandsbediening.

Buitenlanders zijn nog steeds een unicum in Shangyu. Tot dertig jaar geleden was contact met buitenlanders in China verdacht, en werd men als mogelijke spion gezien. Daarbij was het voor Chinezen bijna onmogelijk om het land uit te reizen. De rest van de wereld —met Nederland in de voorhoede— sprak er schande van. Mensenrechten enzo.

Tegenwoordig kunnen Chinezen het land wél verlaten. Tenminste…als ze een visum kunnen krijgen voor het land waar ze heen willen. Nu is het niet langer China, maar de rest van de wereld —met Nederland in de voorhoede— die het de Chinezen vaak onmogelijk maakt hun land uit te reizen. Buitenlandse vrienden kunnen soms helpen. Maar zelfs als die “buitenlandse vriend” je partner is, heb je in Nederland vaak niet het recht om samen te zijn. Mensenrechten enzo.

(advertenties)

Franse invloeden

13 juni 2007, 7:03 (China 15:03)

Shanghai is —afgezien van de smog— een hele groene stad. Overal in de stad zijn parken en perken, welke zorgvuldig worden onderhouden door een leger aan tuinmannen en -vrouwen. De bomen en struiken zijn netjes gesnoeid, en het gras is keurig gemaaid. Opvallend zijn de platanen aan beide kanten van veel straten in het deel van de stad waarin wij wonen. Platanen komen namelijk oorspronkelijk in dit werelddeel niet voor. De bomen zijn hier gebracht door de Fransen, die van 1849 tot 1946 een concessie in Shanghai hadden. De aanwezigheid van de Fransen is verder terug te zien in de architectuur, al gaan steeds meer panden tegen de vlakte om plaats te maken voor nieuwbouw. Hopelijk overleven de platanen de modernisering.

Een andere Franse invloed is (althans, zo doet de naam vermoeden) het Franse toilet, oftewel: het hurktoilet. Voordat ik naar China kwam was ik even bang dat iedereen hier thuis een hurktoilet heeft. Gelukkig lijken de hurktoiletten de modernisering niet te overleven, en zijn zittoiletten inmiddels gemeengoed. Zelfs de nieuwe hogesnelheidstreinen (die we gisteren namen naar Nanjing) beschikken over zittoiletten en urinoirs. In de oudere treinen zijn daarentegen nog wel hurktoiletten. Ik bewonder de oude dametjes, die zelfs hulp nodig hebben bij het lopen, en zich toch op het hurktoilet in de trein wagen. Of zou de plastuit inmiddels ook al made in China zijn?

‘Shopping guide’

10 juni 2007, 7:27 (China 15:27)

Op het moment dat ik aan de beurt was dook de medewerker weg achter de toonbank, mij enigszins verbaasd achterlatend. Even later dook hij weer op, zichtbaar opgelucht. Hij had ‘em gevonden: de Engelse menukaart. “Yīgè liǎng kuǎi wǔ máo de bīnqílín“, zei ik met een trotse blik. “Een ijsje van twee yuan en vijf jiao.” Hij herhaalde mijn bestelling. Ik knikte ter bevestiging. Terwijl een collega het ijsje klaarmaakte, zei hij nog wat tegen me, met een brede glimlach op zijn gezicht. Ik lachte maar vriendelijk terug, geen idee hebbend waar hij het over had.

Bijna niemand spreekt hier Engels, en veel handgebaren hebben een andere betekenis. Zo telt men bijvoorbeeld tot tien op één hand. Het opsteken van de wijsvinger is één, wijsvinger en middelvinger is twee, maar de rest van de cijfers ligt minder voor de hand. Inmiddels kan ik ook mondeling in het Chinees tellen, en begrijp ik dus ook prijzen. En in het begin werd ik er nog met een briefje op uit gestuurd, maar nu weet ik zelf duidelijk te maken welke gerechten ik wil afhalen bij het restaurant beneden. Al heb ik soms nog wat moeite met de juiste tonen, zeker omdat ik wat nerveus wordt van het voltallige personeel, dat speciaal komt luisteren als ik mijn bestelling doorgeef.

Naast het restaurant is een supermarkt, en er zijn twee gemakswinkels in de buurt. De gemakswinkels zijn dag en nacht open, zeven dagen per week. Ook de supermarkt is elke dag geopend, van 10 uur ’s morgens tot 10 uur ’s avonds, zoals de meeste winkels hier. Boodschappen doen in de supermarkt is natuurlijk een stuk eenvoudiger, omdat het een kwestie is van spullen uit het schap pakken en betalen wat er op de display van de kassa staat. Verder kun je uit de plaatjes op de verpakking vaak wel opmaken wat het is. Soms is het wel even zoeken. Boven de gangpaden hangen wel borden, met wat er in dat gangpad te vinden is, en men is zelfs zo vriendelijk geweest om er een Engelse vertaling op te zetten. Alleen een beetje jammer dat er op elk bord hetzelfde staat: ‘shopping guide‘.

Stilte

8 juni 2007, 12:44 (China 20:44)

Er heerste een ongewone serene rust. De straat was aan beide kanten afgezet. Verkeersassistenten —voor de gelegenheid uitgerust met vlaggetjes— dirigeerden fietsen, scooters, auto’s en bussen een andere straat in. Politieagenten hielden de wacht bij de afzettingen. Voor de middelbare school, halverwege de straat, stonden drommen ouders te wachten. Stil of zacht pratend, op gepaste afstand, terwijl hun vaak enige kind binnen het eindexamen aan het maken was. De toegang tot hogeschool of universiteit hangt volledig af van dit twee dagen durend examen, hetgeen een enorme druk op de leerlingen legt.

In het begin ben ik me vaak wezenloos geschrokken, maar inmiddels kijk ook ik niet meer op of om van claxonnerende auto’s. Het went, waarmee het claxonneren totaal geen zin meer heeft natuurlijk. Om de aandacht te trekken wordt het geluidsniveau daarom steeds verder opgehoogd. Als één winkel geluidsboxen buiten zet, doet de naastgelegen winkel dat ook. Het geluid wordt —in een poging de ander te overstemmen— zó hard gezet dat de boxen kraken bij de lage tonen. En eenmaal thuisgekomen zetten Chinezen de tv wéér wat harder. Chinese doofheid: het bestaat echt. Hopelijk zorgde de stilte niet voor teveel afleiding.

Sociale stabiliteit

4 juni 2007, 16:04 (China 0:04 +1)

Vandaag is het 18 jaar geleden dat de opstand op het Tian’anmen Plein werd neergeslagen. De Chinese overheid ontkent dat er als gevolg van het geweld doden zijn gevallen. De opstand vormde een bedreiging voor de sociale stabiliteit, en daarmee voor de economische groei, waarmee het neerslaan ervan door de regering wordt gerechtvaardigd. Voor het voortbestaan van de Communistische Partij is economische groei essentieel. Economisch groei zorgt immers voor tevreden burgers, en tevreden burgers maken geen revolutie.

Het is echter lastig te beoordelen of de beslissing tot het neerslaan van de opstand is genomen uit zelfbehoud, of dat men werkelijk het belang van het volk voor ogen had. De levensstandaard van het merendeel van de Chinezen is de laatste decennia inderdaad sterk verbeterd. De transformatie van een plan- naar een markteconomie kan succesvol worden genoemd, zeker in vergelijking met bijvoorbeeld de voormalige Sovjet-Unie. Ongetwijfeld was dit zonder sociale stabiliteit onmogelijk geweest.

Politieke hervormingen die het voortbestaan van de partij in gevaar brengen, dan wel de sociale stabiliteit bedreigen, worden in ieder geval niet getolereerd. Het is natuurlijk onmogelijk om gebeurtenissen als de opstand van 1989 volledig geheim te houden. Veel Chinezen weten dan ook wel dat er ‘wat’ gebeurd is, maar de bijbehorende beelden kennen ze niet. De media berichten er niet over, en internet wordt gefilterd. Zo las ik laatst op een Nederlandse website dat het portret van Mao op Tian’anmen korte tijd in brand had gestaan. Het zou aangestoken zijn door een man die eerder was behandeld voor een psychische stoornis. De bron van het bericht was het Chinese persbureau Xinhua. Desondanks werd er in de Chinese media geen melding van gemaakt. De overheid was in ieder geval voorbereid. Het portret —dat licht beschadigd was— werd binnen een dag vervangen door een duplicaat.

(advertenties)

Karaoke

3 juni 2007, 5:18 (China 13:18)

Karaoke is enorm populair in China. Overal vind je karaokegelegenheden, waarvan sommige zelfs dag en nacht geopend zijn. Het zijn geen bars waar voor onbekend publiek gezongen wordt, maar vele kleine tot middelgrote kamertjes die je voor een bepaalde tijd kunt huren. De kamertjes zijn uitgerust met een televisie, een geluidsinstallatie inclusief microfoons, en een monitor met bedieningspaneel waarmee de liedjes kunnen worden geselecteerd. De grootste kamers zijn geschikt voor groepen tot vijftien personen.

Chinezen schijnen niet onder de douche te zingen. Misschien gaan ze liever naar een karaokebar omdat de akoestiek in een badkamer onmogelijk de galm op de microfoons kan evenaren. Of vanwege de knopjes met geluidseffecten, waarmee je bijvoorbeeld een grote menigte kunt horen applaudisseren.

Ons geluidsdichte kamertje was aan het einde van een lange gang met om de paar meter een deur en raam met halfdoorzichtig glas. In één kamertje zat een meisje geconcentreerd naar het scherm te kijken, de microfoon in haar hand geklemd. “Huh, waarom zit ze daar alleen?”, vroeg Marc, een vriend die als steward voor KLM werkt en een paar dagen over was. “Ze is aan het oefenen”, zo legde Qi uit. Want karaoke is niet alleen leuk, het wordt ook serieus genomen. Een valse noot kan immers tot gezichtsverlies leiden. Publiek onder een knopje is dan wel zo veilig.