Made in China


“Discriminatie is toegestaan”

Qi had een MVV nodig om naar Nederland te mogen reizen en een verblijfsvergunning aan te vragen. Slagen voor het inburgeringsexamen was één van de voorwaarden om een MVV aan te kunnen vragen. De MVV-aanvraag kon worden ingediend tegen betaling van €830. Deze kosten kwamen boven op de kosten voor het studiemateriaal voor het inburgeringsexamen, het examen zelf, en het legaliseren van alle benodigde aktes. Daarbij ging met de voorbereiding van het examen, het verzamelen van alle vereiste documenten, en het doorlopen van de procedures veel tijd gemoeid. En dan was het nog een geluk dat we aan alle eisen voldeden, bijvoorbeeld ten aanzien van mijn inkomen.

Als Qi geen Chinees, maar bijvoorbeeld Japanner of Zuid-Koreaan was geweest, óf als ik geen Nederlander, maar bijvoorbeeld een in Nederland woonachtige Duitser of Pool was geweest, dan had Qi geen MVV nodig gehad. Het inburgeringsexamen had hij ook niet af hoeven leggen.

Ook als ik als Nederlander in bijvoorbeeld Duitsland had gewoond, dan had Qi zich zonder MVV bij mij kunnen voegen. Hij zou dan een verblijfsvergunning hebben gekregen, waarna we terug hadden kunnen keren naar Nederland. Geen MVV, geen inburgeringsexamen, geen inkomenseisen. Bovendien zou hij meteen mogen gaan werken, en zou hij daarvoor niet hoeven wachten op een verblijfsvergunning.

Volgens de Nederlandse rechter gaat het hier om discriminatie op basis van status en nationaliteit. Echter, diezelfde rechter oordeelt dat discriminatie in dit geval is toegestaan.

MVV

De verplichting om voor de komst naar Nederland een MVV aan te vragen, stelt de overheid in staat te onderzoeken of de vreemdeling aan alle voor toelating gestelde eisen voldoet, zonder daarbij door diens aanwezigheid hier te lande voor een voldongen feit te worden geplaatst. Het belang daarvan dient te worden bezien in het licht van een restrictief toelatingsbeleid. De Vreemdelingenwet1 maakt een begunstigde uitzondering op de MVV-plicht voor bepaalde groepen. Het gaat hier onder meer om:

  1. Gemeenschapsonderdanen, dat wil zeggen: onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie (en een aantal andere landen, waaronder Noorwegen en Zwitserland) en hun familieleden. Het gemeenschapsrecht stelt eisen aan het wegnemen van belemmeringen die een vrij verkeer van personen in de weg staan. De Nederlandse overheid heeft zich daarom genoodzaakt gezien voor personen die van deze grensoverschrijdende elementen gebruik hebben gemaakt een vrijstelling op te nemen.
  2. Vreemdelingen die de nationaliteit hebben van een land dat door de Minister van Buitenlandse Zaken is aangewezen, te weten Australië, Canada, Japan, Nieuw-Zeeland, de Verenigde Staten of Zuid-Korea. Deze vrijstelling wordt vooral verleend op basis van economische gronden.

Een Nederlander is niet per definitie een gemeenschapsonderdaan. De situatie van een in eigen land verblijvende Nederlander, die geen gebruik heeft gemaakt van het gemeenschapsrecht, wordt namelijk niet door het gemeenschapsrecht beheerst.2

Daarbij gaat de strekking en de werking van het gemeenschapsrecht niet verder, en hoeft niet verder te gaan, dan voortvloeit uit het recht hetgeen is gericht op het vrije verkeer. Uit dat gemeenschapsrecht zelf vloeit niet voort dat geen onderscheid mag worden gemaakt tussen Nederlanders en gemeenschapsonderdanen. De werkingssfeer van het gemeenschapsrecht gaat niet zover dat puur interne kwesties daardoor worden beheerst.3

Kortom: de MVV-plicht is een interne kwestie. En als geen grensoverschrijdend aspect is gebleken, kan een beroep op het discriminatieverbod als bedoeld in het EG-verdrag niet baten. Dit verbod luidt:

Binnen de werkingssfeer van dit Verdrag en onverminderd de bijzondere bepalingen, daarin gesteld, is elke discriminatie op grond van nationaliteit verboden.4

Discriminatie is echter ook verboden op grond van internationale verdragen welke Nederland mede heeft ondertekend, bijvoorbeeld het Internationale Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR). Artikel 26 van dit verdrag luidt:

Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder discriminatie aanspraak op gelijke bescherming door de wet. In dit verband verbiedt de wet discriminatie van welke aard ook en garandeert een ieder gelijke en doelmatige bescherming tegen discriminatie op welke grond ook, zoals ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.5

Echter, niet elk onderscheid levert discriminatie op in de zin van artikel 26 van het IVBRP. Het in een wettelijke regeling maken van onderscheid is geoorloofd, indien daarvoor redelijke en objectieve gronden bestaan.6 De Raad van State heeft geoordeeld dat “er geen grond is voor het oordeel dat aan artikel 26 van het IVBRP onjuiste toepassing is gegeven, nu het gemaakte onderscheid naar nationaliteit door de Minister van Buitenlandse Zaken wordt gemaakt ter bescherming van de Nederlandse economische orde en dat aldus voor het maken van dit onderscheid een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat”.7

Kortom: discrimineren mag, omdat daarmee de Nederlandse economie wordt beschermd. Dit oordeel is gebaseerd op de aanname dat immigratie slecht is voor de economie. Die aanname is op z’n minst discutabel. Bovendien kunnen andere rechten prevaleren boven het economisch belang, bijvoorbeeld het recht op bescherming van ieders privé- en gezinsleven. Dit recht is beschermd middels onder meer het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)8 en het eerdergenoemde IVBRP9. De rechter gaat daar echter aan voorbij, bijvoorbeeld door te stellen dat bij gezinsvorming geen inbreuk wordt gemaakt op dit recht, omdat er feitelijk nog geen gezin is, en het gezin ook buiten Nederland kan worden gevormd.10

Inburgeringsexamen

Volgens de Vreemdelingenwet moeten mensen die willen migreren naar Nederland al bij binnenkomst over basiskennis van de Nederlandse taal en samenleving beschikken. Deze kennis wordt getoetst middels het inburgeringsexamen buitenland. Dit examen heeft echter weinig tot niets met inburgering te maken.

  • De manier waarop de kennis van de Nederlandse taal wordt getoetst, is niet geschikt voor het vereiste niveau (A1-min). Het examen meet alle niveaus van het Common European Framework of Languages (CEF), tot en met het hoogste niveau C2. Het niveau wordt bepaald aan de hand van spraakherkenningstechnologie waarbij de vloeiendheid waarmee klanken worden nagezegd het niveau bepalen. Begrip is niet noodzakelijk om te slagen.
  • Het onderdeel waarbij kennis van de Nederlandse samenleving wordt getoetst, is vooral een geheugenoefening. De foto’s, vragen en antwoorden kunnen uit het hoofd worden geleerd zonder enig begrip van de betekenis. Qua inhoud is het een gemiste kans om praktische zaken die voor inburgeraars écht van belang zijn, aan de orde te stellen. Bijvoorbeeld: Qi weet dat hij “katholiek” moet antwoorden op de vraag: “Was de koning van Spanje protestant of katholiek?” Het verschil tussen protestantisme en katholicisme is hem echter onbekend, noch weet hij wat de relatie tussen Nederland en de koning van Spanje was. En ook al zou hij het weten, dan zou dit niet of nauwelijks bijdragen aan een betere (basis)inburgering in Nederland.

Groepen waarvoor een begunstigde uitzondering bestaat op de MVV-plicht zijn vrijgesteld van dit inburgeringsexamen. Aan gemeenschapsonderdanen kunnen dergelijke verplichtingen op grond van het gemeenschapsrecht niet worden opgelegd. De minister motiveert de vrijstelling voor de overige nationaliteiten met het argument dat deze onderdanen afkomstig zijn uit landen die in sociaal-economische, maatschappelijk en politiek opzicht te vergelijken zijn met Europese landen, en dat deze vrijstelling dus niet zal leiden tot ongewenste immigratie en wezenlijke problemen bij de integratie in de Nederlandse samenleving.11

De Nederlandse vereniging tegen discriminatie is van oordeel dat dit onderscheid strijdig is met het discriminatieverbod:

Een algemene vrijstelling van bepaalde landen (en al hun onderdanen) van de inburgering in het buitenland is in strijd met het uitgangspunt van het wetsvoorstel, namelijk dat migranten bij binnenkomst moeten beschikken over basiskennis van taal en samenleving. (…) Vrijstellingen zouden eigenlijk op individuele gronden gegeven moeten worden aan mensen van wie ook echt blijkt dat ze mogelijkheden hebben om volwaardig te participeren in de Nederlandse maatschappij.12

De vereniging heeft aan het VN-comité tegen rassendiscriminatie (CERD) gevraagd om te zien of de wet voldoen aan het discriminatieverbod, zoals vastgelegd in het Verdrag voor de uitbanning van rassendiscriminatie. Het wachten is nog op een reactie van CERD.

Eén van de vragen van het inburgeringsexamen is: “Is discriminatie [in Nederland] strafbaar of toegestaan?” Het antwoord dat de examenkandidaat behoort te geven is: “Strafbaar”. En zo moeten vreemdelingen dus feitelijk liegen om Nederland binnen te komen.

  1. Vreemdelingenwet, artikel 17, eerste lid, aanhef en onder a en b
  2. Jurisprudentie Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap, uitspraak 27 oktober 1982
  3. AWB03/26987
  4. EG-verdrag, artikel 12
  5. Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, artikel 26
  6. AWB05/17780
  7. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, uitspraak 31 januari 2006
  8. EVRM, artikel 8
  9. IVBPR, artikel 17
  10. AWB05/17780
  11. Wetsvoorstel 29700 nr. 3
  12. Art.1, 14 februari 2005

5 Reacties op ““Discriminatie is toegestaan””

  1. Walter zegt:

    Hallo Ronald en Qi,
    Volkomen mee eens. Wij noemen het discriminatie, maar de Nederlandse overheid zal er wel een andere benaming voor hebben!
    Tevens is minister Vogelaar tot de conclusie gekomen dat het inburgeren zoals ingevoerd door haar voorganger Verdonk ook kant nog wal raakt. Ben benieuwd waar Vogelaar nu mee gaat komen!
    Groetjes,
    Walter

  2. Meike zegt:

    Hoi Ronald en Qi,

    Zoals beloofd heb ik het gelezen en ik ben het helemaal met je eens. Misschien zou je het als ingezonden stuk proberen naar wat media te sturen? Wie niet waagt…

    Meike

  3. Robert Pouwels zegt:

    Damn… dat wordt ook een zware weg die Rui en ik nog voor de boeg hebben… Misschien is Duitsland toch een betere optie. Ik ben het wel met Meike eens… Misschien zou de media er wat mee kunnen bereiken. Ik ben het ook helemaal met je eens.

    Robert

  4. orpheus zegt:

    Je vergeet dat je in Nederland aangekomen ook nog eens gewoon voor de VVR (verblijfsvergunning) moet betalen, waarvan de leges hoger zijn dan voorgenoemde groep.

    Verder een duidelijk verhaal wat gehoord moet worden … en ;)

  5. Ben zegt:

    Uit interesse maar eens op zoek gegaan naar meer informatie. Ik ben sinds 2000 weg uit Nederland, gepromoveerd en getrouwd met een Aziatische vrouw. Af en toe denken wij er wel aan terug te keren naar Nederland, met name voor een Nederlandstalige opvoeding van onze twee kinderen. Maar eerlijk gezegd ook i.v.m. de Nederlandse inkomstenbelasting en de inburgeringstoets hebben wij dit steeds uitgesteld. Onze twee kinderen hebben beide een Nederlands paspoort, zij spreken geen Nederlands, maar vloeiend Engels doordat zij al die jaren in het internationaal onderwijs gezeten hebben. Dit kan een onbelicht resultaat zijn van de inburgeringswet, kinderen van Nederlanders in het buitenland verliezen de band met Nederland. Afgezien van de braindrain, waarom zou een hoogopgeleide niet-Europeaan ervoor kiezen in Nederland te werken? Ik vind het onwijs, in de ware betekenis van het woord.