Made in China


Mailen met de minister

Inmiddels alweer drie maanden geleden was ik —als teamlid van de Stichting Buitenlandse Partner— aanwezig op een manifestatie waar het Deltaplan Inburgering werd gelanceerd. Het Deltaplan beoogt de Wet Inburgering zo aan te passen dat hij doet wat hij moet doen: de inburgering bevorderen. De WI, die door minister Verdonk door de Tweede Kamer was gedrukt, deed namelijk eerder het tegenovergestelde: de inburgering stokte en liep zelfs terug.

Op die manifestatie was ook minister Vogelaar van Wonen, Wijken en Integratie aanwezig. Ik heb haar aangesproken, en geprobeerd een opening te creëren naar een meer uitgebreide discussie. Dat lukte. Ze gaf me haar e-mailadres, en antwoordde bevestigend op mijn vraag of ze dan ook terug zou mailen. Ja ja, eerst zien… Maar vandaag kwam er zowaar een antwoord:

(…) Graag nodig ik u uit voor een gesprek op ambtelijk niveau om te spreken over de door u aangekaarte onderwerpen. (…)

E-mail aan de minister

Beste mevrouw Vogelaar,
Maandag 3 december hebben we elkaar kort gesproken op de manifestatie Deltaplan Inburgering. Ik sprak u aan, omdat in de discussie over inburgering de nieuwkomers vaak worden vergeten. En áls het dan eens over nieuwkomers gaat, vaak alleen Turken en Marokkanen worden genoemd. U antwoordde dat dit voor de hand ligt, omdat zeker de helft van de nieuwkomers één van deze nationaliteiten heeft. U gaf mij uw e-mailadres en ik mocht u mailen om het tegendeel te bewijzen.

Allereerst verwijs ik naar de Monitor Inburgeringsexamen Buitenland. Uit deze rapportage blijkt dat in de periode 15 maart 2007 tot 15 september 2007 23% van de kandidaten Turks, en 15% van de kandidaten Marokkaans. Samen is dat 38%. In de voorgaande periode (15 maart 2006 tot 15 maart 2007) waren deze percentages ongeveer hetzelfde, te weten 20% en 16%, samen 36%.

Het gaat hier om mensen die het inburgeringsexamen buitenland afleggen. Om te weten hoeveel mensen daadwerkelijk naar Nederland komen, moet gekeken worden naar het aantal MVV-aanvragen. Bijgaand stuur ik u de desbetreffende cijfers van de IND over 2007 (tot en met oktober). Hieruit blijkt dat slechts 9% van de aanvragers de Turkse, en slechts 6% de Marokkaanse nationaliteit heeft (samen 15%). Nu zijn deze percentages niet uitgesplitst naar verblijfsdoel, en hebben dus niet uitsluitend betrekking op gezinsvorming en -hereniging. Maar zelfs als je er vanuit gaat dat álle 3.159 Turken en 1.887 Marokkanen een aanvraag in het kader van gezinsvorming/-hereniging deden, dan kom je nog niet verder dan 33% (= (3.159 + 1.887)/15.032). Dan neem ik overigens aan dat aanvragen van Turken en Marokkanen verhoudingsgewijs niet vaker of minder vaak worden ingewilligd dan aanvragen van mensen met een andere nationaliteit.

Zeker tweederde van de nieuwkomers is dus niet Turks of Marokkaans. Desondanks bestaat er een hardnekkig beeld dat het vooral Turkse en Marokkaanse importbruiden zijn die in grote getale naar Nederland komen: laagopgeleide vrouwen, afkomstig van het platteland, die, als ze eenmaal in Nederland zijn, vooral heel veel kinderen krijgen en van hun eveneens Turkse/Marokkaanse partner (tevens neef) het huis niet uitmogen. Wie de vragen van het inburgeringsexamen buitenland doorneemt, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het examen voor deze groep is gemaakt. Zo heeft mijn Chinese partner voor zijn examen moeten leren dat Turkije en Marokko groter zijn dan Nederland, en dat vrouwenbesnijdenis strafbaar is. (Ik heb hem eerst moeten uitleggen wat het is!) Uw voorgangster heeft bij de invoering van de Wet Inburgering Buitenland ook expliciet naar de Turkse en Marokkaanse importbruiden verwezen, als reden voor invoering van de wet. Uit een onderzoek van het televisieprogramma Radar (uitzending van 18 december 2006) blijkt ook dat 52% van de Nederlanders denkt dat meer dan de helft van de gezinsvormers/-herenigers uit deze twee landen komt. Ten onrechte dus. (Overigens blijkt uit cijfers van het CBS dat van de Marokkaanse immigranten 49%, en van de Turkse immigranten zelfs 53% van het mannelijk geslacht is; cijfers 2006.)

Het zijn dus vooral mensen voor wie het examen niet is bedoeld, die er last van hebben. Het treurige daarbij is dat het examen een averechtse werking op de inburgering heeft. Het examen toetst niet wat het beoogd te toetsen, en de voorbereiding past zich daar noodgedwongen op aan. Met het juiste woord zeggen bij een foto wordt kennis van de Nederlandse samenleving niet gemeten, net zo min als taalbeheersing met het zo vloeiend mogelijk nabootsen van klanken. Mijn partner kan ‘katholiek’ zeggen bij de foto met de vraag of de koning van Spanje katholiek of protestant was, maar kent het verschil niet tussen katholicisme en protestantisme. En denkt u nu werkelijk dat hij beter was voorbereid op zijn inburgering wetende wat de relatie tussen de koning van Spanje en Nederland was? Toch beperkt de politieke discussie zich tot het aanpassen van de zak-/slaaggrens, terwijl juist de validiteit van het examen ter discussie zou moeten staan. Nieuwkomers zijn doorgaans ontzettend gemotiveerd om in te burgeren. Maar in plaats van een voorbereiding op de inburgering in Nederland, leidt het examen ertoe dat mensen worden ontmoedigd, zich ongewenst voelen, en hun tijd niet kunnen besteden aan het leren van dingen waar ze écht wat aan hebben! Bovendien heeft het examen een discriminerend karakter. Als mijn partner uit buurland Zuid-Korea of Japan was gekomen, had hij het inburgeringexamen helemaal niet hoeven doen.

Eenmaal in Nederland belemmeren wet- en regelgeving eveneens een snelle, goede inburgering. Mijn partner wilde graag direct na aankomst beginnen met inburgeren. Maar voor veel zaken is eerst een verblijfsvergunning (VVR) nodig. Op het aanvraagformulier voor de VVR staat veelal niet meer aangevinkt dan: “Sinds de afgifte van de huidige MVV is er geen sprake van gewijzigde feiten of omstandigheden die gevolgen hebben voor het verblijfrecht.” Toch neemt de behandeling ervan nog drie maanden in beslag. Tot die tijd mag je niet werken, kun je geen verzekering afsluiten of een bankrekening openen, en geen taallessen volgen aan een ROC.

Zo waren wij een half jaar geleden aangewezen een particulier instituut. Op dat moment was nog geen uitvoering gegeven aan de motie Sterk c.s., en konden instituten die uitsluitend NT2-lessen gaven nog niet over het Keurmerk Inburgeren beschikken. Inmiddels kan dat wel, maar het instituut waar mijn partner lessen volgt voldoet niet aan één van de voorwaarden. Ondanks dat het hier gaat om een gerenommeerd taleninstituut, verbonden aan een universiteit. Mijn partner zit —vijf maanden na aankomst in Nederland— al op niveau B1, wil graag door naar niveau B2 en uiteindelijk opgaan voor het NT2 Staatsexamen. Je zou verwachten dat dit eigen initiatief en snelle resultaat wordt beloond. Maar helaas. Ondanks dat het programma dat mijn partner volgt goedkoper, sneller en van betere kwaliteit is dan het programma van veel andere aanbieders, hebben we alles tot nu toe zelf moeten bekostigen. En om in aanmerking te komen voor een vergoeding ziet het er vooralsnog naar uit dat we een aanbieder moeten kiezen die duurder is en waarbij het langer duurt eer we het gewenste resultaat bereiken. De eis van het keurmerk werkt vertragend en beperkend. Terwijl de wet juist als credo heeft: het maakt niet uit hoe je het doet, áls je het maar doet!

Mevrouw Vogelaar,
Ik ben ontzettend blij met uw positieve toon in het debat. Ik hoop dat ik u middels deze e-mail een handvat heb geboden om die positieve toon nog meer kracht bij te zetten. De importbruiden zijn veruit in de minderheid. Het overgrote deel van de nieuwkomers is middelbaar of hoogopgeleid, heeft in 93% van de gevallen een Nederlandse partner (zie brief minister Hirsch Ballin van 20 februari 2007 aan de Tweede Kamer), en is bovenal ontzettend gemotiveerd om in te burgeren. Zij krijgen echter te maken met wet- en regelgeving, die is toegespitst op de oude en nieuwe importbruiden, en vooral een demotiverende en belemmerende uitwerking heeft. En dat is jammer, omdat het hier nu juist gaat om een groep die zo graag wíl inburgeren.

De Stichting Buitenlandse Partner vertegenwoordigd 18.000 geregistreerde inburgeringsbuddies. Volgend jaar is het jaar van de interculturele dialoog, iets waar wij allen al dag (en nacht) mee bezig zijn. Velen van ons doen ontzettend hun best om in te burgeren, maar worden daar door de overheid vooral in tegengewerkt in plaats van gesteund. Mensen die —ondanks dat de wil er is— er na een jaar nog niet in slagen om hun partner op een cursus te krijgen. Voor belangenvertegenwoordiging zouden wij ons moeten richten tot de cliëntenraad voor uitkeringsgerechtigden, terwijl wij niet eens een uitkering aan mógen vragen. Graag zouden wij een gesprek met u hebben en met u meedenken hoe we van het Deltaplan Inburgering een écht succes kunnen maken.

Ik lees graag uw reactie.

Met vriendelijke groet,
(…)

Antwoord van de minister

Geachte heer (…),
Door de enorme toename van het aantal brieven en e-mails is helaas vertraging ontstaan bij de beantwoording, waarvoor ik mijn excuses aanbied. In uw e-mail stelt u dat de wet- en regelgeving voor inburgering een demotiverende en belemmerende werking heeft op een grote groep nieuwkomers. De afstemming op de verkeerde doelgroep zou hiervan de oorzaak zijn.

Om te beginnen wil ik u bedanken voor de betrokkenheid die uit uw e-mail spreekt. Ook wil ik u bedanken voor het aanbod van de Stichting Buitenlandse Partner om van het Deltaplan Inburgering een succes te maken. Graag nodig ik u uit voor een gesprek op ambtelijk niveau om te spreken over de door u aangekaarte onderwerpen. Een van mijn medewerkers heeft gepoogd u telefonisch te bereiken, maar heeft uw telefoonnummer niet kunnen achterhalen. Voor het maken van een afspraak, kunt u contact opnemen met het secretariaat van de Directie Inburgering & Integratie te bereiken op telefoonnummer (…).

Graag wil ik kort ingaan op een aantal punten uit uw e-mail. U heeft gelijk als u zegt dat bij inburgering van nieuwkomers veel mensen denken dat dit voor het overgrote deel zogenoemde Turkse of Marokkaanse importbruiden zijn. Zoals u zelf al schrijft, heeft dit te maken met het feit dat bij de invoering van de Wet Inburgering Buitenland (WIB) deze doelgroep zeer expliciet genoemd is. Het aantal gezinsherenigers uit Turkije en Marokko was voor de WIB in omvang afgenomen, maar het aantal gezinsvormers uit die landen nam juist toe. De doelgroep is echter nooit alleen Turken en Marokkanen geweest, maar niet-Westerse gezinsvormers- en herenigers. Dat neemt niet weg dat de Turkse en Marokkaanse gezinsmigranten toen en nu nog altijd de meest (ook in omvang) prominente groep zijn. Tevens blijkt uit verschillende onderzoeken, bijvoorbeeld de evaluatie integratiebeleid van de Commissie Blok ‘Bruggen bouwen’, dat juist die migranten een slechte startpositie hebben in Nederland.

De inburgeringsplicht in het buitenland is overigens niet bedoeld om te verhinderen dat nieuwkomers voor gezinsvorming of gezinshereniging naar Nederland komen of om deze gezinsvorming- en hereniging in de weg te staan. Het doel van de WIB is dat immigranten al voor hun komst enige kennis van de Nederlandse samenleving hebben en een beetje Nederlands kunnen spreken zodat zij sneller kunnen inburgeren. De evaluatie van de WIB zal moeten uitwijzen of dit doel ook bereikt is. Deze evaluatie start in maart 2008 en in het voorjaar van 2009 zullen de resultaten hiervan bekend zijn.

Wat betreft de WIB, wil ik nog kort ingaan op uw opmerking dat er sprake is van discriminatie omdat migranten uit Zuid-Korea en Japan geen voorlopige verblijfsvergunning hoeven aan te vragen. Of dit nu wel of niet discriminatie genoemd moet worden, feit is dat dit op grond van internationale verdragen mogelijk is. Inwoners van een aantal landen, waaronder Zuid-Korea en Japan, zijn vrijgesteld van de MVV-plicht. Het inburgeringsexamen is een voorwaarden voor het verkrijgen van een MVV, zoals u waarschijnlijk bekend is. Dit betekent dat aan bepaalde groepen migranten —zoals migranten afkomstig uit de twee door u genoemde landen bijvoorbeeld— geen inburgeringsvoorwaarden worden gesteld en aan andere groepen weer wel. Hierover zijn eerder afspraken gemaakt in internationaal verband. Internationaal- en Europeesrechtelijke verdragen hebben tot gevolg dat aan bepaalde groepen geen inburgeringvoorwaarden kunnen worden gesteld. Verder zijn lidstaten vrij om toelatingsvoorwaarden te stellen, waaronder inburgering.

Inmiddels is er ruim een jaar verstreken sinds de Wet Inburgering in Nederland is ingevoerd en is er één en ander veranderd. Om te beginnen heb ik als minister van Wonen, Wijken en Integratie vorig jaar voorstellen gedaan om de wet te vereenvoudigen. Zo kan de gemeente aan iedere inburgeringsplichtige een aanbod doen. Voorts wordt geregeld dat een inburgeringsverplichtige zo een aanbod ook moet accepteren. Daarnaast heb ik mij ingespannen om de uitvoering van het inburgeringsproces in alle opzichten te verbeteren. Er zijn projectmanagers aangesteld om gemeenten te ondersteunen de huidige stagnatie aan te pakken. Van groot belang is het Deltaplan Inburgering. Een van de kernpunten van het plan is dat inburgering maatwerk moet zijn. Maatwerk betekent dat de inhoud van het programma, begeleiding en onderwijsmethodiek passen bij de persoonlijke kenmerken, omstandigheden en ambitie van de inburgeraar. Dat is dus precies waar u voor pleit. Meer informatie kunt u vinden op de website van het ministerie. U kunt daar ook het Deltaplan Inburgering downloaden.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben en dank u nogmaals voor uw betrokkenheid.

Hoogachtend,
de minister voor Wonen, Wijken en Integratie
drs. Ella Vogelaar

2 Reacties op “Mailen met de minister”

  1. Walter zegt:

    Hallo Ronald,

    Echt toppie al die inzet en mooi dat Vogelaar een antwoord heeft gegeven op je vragen.
    Ik hoop dat dit een vruchtbare dialoog wordt!

    Groetjes,
    Walter

  2. Ton Bakker zegt:

    Mooie tekst; de doelgroep was de niet -Westerse gezinsvormers en -herenigers.Heeft Mevr Vogelaar zeker nooit de inhoud van het IB gelezen? Is toch heel duidelijk qua vragen gericht op Moslimlanden.Dus voornamelijk Marokkaanse en Turkse partners.
    Uit eigen ervaring weet ik hoe bedoevend de kwaliteit van de ROC inburgerings cursus is. Hoe zo curus? ? 7 uur per week, waarvan 3 uur op de compu? Geen wonder dat mijn vrouw al 2,5 jaar bezig is ( en meer thuis studeert, dan op school).Begonnen eind 2006, vorig jaar september(!) een WI contract , moet je opeens een eigen bijdrage gaan betalen.Terwijl je dus al 2 jaar bezig bent! Heb ik dus bezwaar tegen aangetekend.