Kamervragen (4)
Teleurstellend.
Antwoorden
Antwoorden van de Staatssecretaris van Justitie op de vragen van het lid Pechtold (D66), ingezonden 25 maart 2008, over de kosten van een machtiging tot voorlopig verblijf.
Vraag 1
Kunt u inzicht geven hoeveel mensen gemiddeld kwijt zijn aan het verkrijgen van een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV), inclusief onder andere het verkrijgen van de benodigde aktes, de kosten voor het inburgeringsexamen, het lesmateriaal hiervoor en reis- en verblijfkosten?
Antwoord vraag 1
De kosten voor het verkrijgen van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) zijn afhankelijk van het doel waarvoor de vreemdeling in Nederland wil verblijven. Zo betaalt bijvoorbeeld de persoon die in het kader van gezinshereniging/-vorming in Nederland wil verblijven voor een individuele aanvraag €830; hij of zij die via de zogenaamde verkorte procedure een MVV aanvraagt om in Nederland te werken, dient daarvoor €250 te betalen. De verkorte MVV-procedure is uitsluitend bedoeld voor verzoeken om advies waarbij criteria gelden die duidelijk en eenvoudig (en daardoor snel) te toetsen zijn. De verschillen in kostprijs vinden hun grondslag in met name de gemiddelde behandelduur van de verschillende aanvragen. Voor vreemdelingen die verblijf vragen in het kader van gezinshereniging/-vorming en daarnaast gezinslid zijn, geldt een lager gezinstarief. Overigens is niet elke vreemdeling verplicht een MVV aan te vragen. In de bijlage treft u een overzicht aan van de huidige tarieven voor MVV-aanvragen.
De kosten voor het afleggen van het basisexamen inburgering in het buitenland bedragen €350. De optionele kosten voor het voorbereidingspakket bedragen €67. Wellicht ten overvloede voeg ik daaraan toe dat het afleggen van het basisexamen inburgering alleen verplicht is voor MVV-plichtige vreemdelingen die in het kader van gezinshereniging danwel -vorming naar Nederland komen of vanwege het verrichten van religieuze of levensbeschouwelijke activiteiten.
Voor wat betreft de kosten van de benodigde aktes is het niet mogelijk om hiervoor een bedrag te noemen omdat dit per land enorm kan verschillen. Hetzelfde geldt uiteraard voor eventuele reis- en verblijfskosten.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de hoogte van deze kosten? Welk signaal gaat hier naar uw mening van uit?
Antwoord vraag 2
Het in 2005 nieuw ingevoerde legeshuis was onder meer gebaseerd op de indeling van de leges in een beperkt aantal tariefclusters die ieder waren gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten. Het signaal dat van deze tariefstelling uitgaat, is dus dat de aanvrager betaalt voor de door de overheid in het belang van de aanvrager gemaakte kosten.
Vraag 3
Klopt het dat de prijs van een MVV tot 2005 slechts €50 was? Klopt het dat dat nu €830 kost? Wat is hiervan de reden? Wat is (ongeveer) de kostprijs van een MVV?
Antwoord vraag 3
Tot 1 juli 2005 gold inderdaad een vast bedrag van €50 voor alle MVV’s. Ook de legesbedragen voor verblijfsvergunningen na MVV waren vrijwel ongedifferentieerd. In het nieuwe legesstelsel is aangesloten bij de daadwerkelijke kostprijs van de verschillende producten. Dit heeft als gevolg dat de legestarieven voor MVV’s nu variëren van €60 voor arbeiders op een boorplatform tot €830 voor gezinshereniging of -vorming. Deze tarieven zijn de resultante van de berekening van de daadwerkelijke kostprijzen die zijn berekend van de onderscheiden producten in 2004, welke in het geval van gezinshereniging of -vorming bijvoorbeeld werd vastgesteld op €1103. Een gevolg van het doorberekenen van kostprijzen in de legestarieven voor MVV’s was ook dat de aanvraag van een reguliere verblijfsvergunning waaraan geen MVV vooraf gegaan is, duurder is dan een verblijfsvergunning waarvoor eerst een MVV is aangevraagd. Het hele overzicht van kostprijzen en legestarieven treft u aan in de brief die hierover destijds aan uw Kamer is verzonden.1
Vraag 4
Hoe beoordeelt u het verschil in behandeling en kosten voor respectievelijk Nederlanders en EU-burgers?
Antwoord vraag 4
De legestarieven die in Europees verband zijn vastgesteld, zijn niet gerelateerd aan de daadwerkelijk gemaakte kosten. Het staat Nederland niet vrij om van dit ‘Europese’ tarief af te wijken. Aan niet-EU vreemdelingen worden de daadwerkelijke gemaakte kosten doorberekend.
Vraag 5
Bent u op de hoogte van het feit dat zelfstandige ondernemers doorgaans grotere problemen ondervinden bij het voldoen aan de 120%-norm dan mensen in loondienst? Zo ja, hoe beoordeelt u deze gang van zaken? En wat bent u bereid hieraan te doen?
Antwoord vraag 5
In het beleid2 wordt reeds rekening gehouden met het feit dat zelfstandige ondernemers vanwege hun onregelmatige inkomensvorming moeilijker kunnen voldoen aan het algemene uitgangspunt dat een referent ten tijde van de aanvraag aantoont dat hij nog een jaar over voldoende middelen van bestaan kan beschikken. Ook een zelfstandig ondernemer dient aan te tonen dat de inkomsten uit zijn eigen onderneming duurzaam zijn. Om dit te beoordelen wordt gekeken of de referent met de inkomsten uit het directe verleden, te weten anderhalf jaar voorafgaand aan de aanvraag, gemiddeld over een maandelijks inkomen beschikte van tenminste 120% van het wettelijk minimumloon, inclusief vakantietoeslag. Hierbij wordt rekening gehouden met het gemiddeld inkomen over een boekjaar, waardoor het per maand fluctueren van de inkomsten niet van invloed is.
Vraag 6
Hoe verhoudt het huidige beleid zich tot het coalitieakkoord, waarin onder andere wordt gesteld dat “Nederland van oudsher een open en positieve houding tegenover de wereld en Europa heeft en dat die ‘open geest’ ons welvaart, stabiliteit en een hoge kwaliteit van leven heeft gebracht.”?
Antwoord vraag 6
Die open en positieve houding tegenover de wereld en Europa komt onder meer tot uitdrukking in hoofdstuk II van het Coalititieakkoord3, waarin wordt aangegeven dat zal worden bezien of de hoogte van de leges onnodige belemmeringen oplevert voor ‘kennismigranten’. De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken bereidt hierover thans een advies voor.