Uitburgeren
Nu Qi hier aardig is ingeburgerd, rijst allicht de vraag hoe het staat met mijn uitburgering: mijn kennis van de Chinese taal en samenleving.
Ik verslind boeken over China, en dat terwijl ik voorheen bepaald geen lezer was. Nu lees ik een bijna duizend pagina’s tellende biografie van Mao (toch vrij taaie kost) in één ruk uit en ga dan naarstig op zoek naar meer. Nog meer China. Mijn boekenkast kleurt langzaam rood. Want boeken over China hebben nu eenmaal een rode rug. Ik bestel mijn boeken bij meerdere boekenwinkels, omdat ze anders denken: “Leest die jongen nooit iets anders?!”
Qua kennis over de Chinese samenleving zit het wel goed. Nu de taal nog. Vorig jaar —gedurende de drie maanden dat we in Shanghai woonden— was het de bedoeling dat ik Chinese les zou gaan volgen. Daar was helaas geen tijd voor, al heb ik natuurlijk wel het een en ander meegekregen. Maar nu wordt er ook structureel aan gewerkt: elke week twee uur les, met een lerares die het grootste deel van de tijd Chinees praat. En huiswerk, waarbij karakters moeten worden gelezen én geschreven. Misschien leidt die kennis van de Chinese taal ook nog tot meer kennis over mijn Chinese partner: straks begrijp ik eindelijk wat hij allemaal vertelt in zijn slaap.