Made in China

Archief van april 2009

Naar Shenzhen

30 april 2009, 11:39 (China 19:39)

Ondanks dat Hongkong sinds 1997 weer deel uitmaakt van China, is er nog steeds een grens mét controle. En Chinezen van het vasteland mogen deze Speciale Administratieve Regio niet zomaar in- en uitreizen. De enige reden dat Qi hier nu (maximaal zeven dagen) mag verblijven is omdat hij op doorreis is naar een ander land.

Gisteren had ik een gesprek met iemand die mogelijk voor me gaat werken. Dat gesprek was in Shenzhen, net over de grens met Hongkong, op het vasteland. Die persoon mag zelf Hongkong niet in, omdat hij niet beschikt over een speciale pas. Qi kan daarentegen niet naar Shenzhen, omdat hij Hongkong dan zou verlaten en niet weer opnieuw zou worden toegelaten. Dus ging ik alleen naar Shenzhen. (Krom is het wel, dat ik als enige van ons drieën, en als enige niet-Chinees, wél naar beide delen van China mag reizen.)

Qi was er niet erg gerust op dat ik alleen naar Shenzhen ging. Hij was bang dat ik zou worden overvallen, ontvoerd of omgelegd. Hij kreeg bijval van andere Chinezen, zowel uit Hongkong als van het vasteland. Shenzhen zou een erg gevaarlijke stad zijn, waar je zelfs van je organen zou kunnen worden beroofd.

Lees verder

(advertenties)

Ochtendwandeling

26 april 2009, 7:03 (China 15:03)

Zondagochtend, kwart voor negen. De dagelijkse wandeling van het hotel naar Qi’s ouders, ongeveer tien minuten lopen. ’s Ochtends loop ik dit stuk meestal alleen. Qi slaapt uit.

Een bewaker houdt vanaf zijn rieten stoel toezicht over de hooguit tien auto’s van hotelgasten, die op de stoep, op een geïmproviseerde parkeerplaats staan geparkeerd. Terwijl ik de parkeerplaats oversteek is er de eerste ‘hé-een-buitenlander’-ervaring van vandaag. Een jongen ziet me in zijn ooghoek, kijkt me daarna recht aan, en lacht me vriendelijk toe.

De supermarkt is open, net zoals elke dag, en op straat is het even druk als altijd. De effectenbeurs aan de overkant is wel gesloten; het enige teken tot nog toe dat het weekend is. Behendig steek ik over in de georganiseerde chaos. Bij het zebrapad, voor wat het waard is. Dat gaat gepaard met het gebruikelijke getoeter, waar ik me niets van aantrek, want men zal het wel uit het hoofd laten om me aan te rijden. Tenminste, daar gaan we vanuit, want de schadevergoedingen die men moet betalen zijn hoog.

Buiten bij de restaurants worden groenten schoongemaakt en gesneden. Er staat al een grote teil met gekookte rijst klaar, en er worden al gerechten klaargemaakt. De plastic krukjes staat nog opgestapeld. Over een paar uur zullen ze de doorgang blokkeren.

Om de hoek is nu al een opstopping. De straat is hier breed, maar voor de ingang van de markt hebben boeren hun producten uitgestald. Precies op het smalste stuk is een auto zich een weg uit de parkeerplek aan het wurmen. Maar dat vlot niet erg omdat tijdens het voor- en achteruit steken steeds een kleine doorgang openblijft. Als Chinese voetganger, fietser of scooteraar zie je dan je kans schoon.

Naast de landbouwproducten staan er teiltjes met vis, schaal- en schelpdieren. Slangetjes blazen zuurstof in het water. Want Chinezen houden van vers. Kippen wachten in een kooi op hun naderende einde. De boerin draait ze ter plekke de nek om. Voor haar liggen al een paar geplukte exemplaren.

Naast de ingang van de markt zijn er in deze straat vooral karaokegelegdenheden. ’s Avonds galmt hier vals geblèr. Eén van de panden wordt momenteel verbouwd. Nog een karaoke erbij. Een bouwvakker loopt met een draagbalk over zijn schouder, met aan elke kant een mandje met puin. Er wordt gewerkt aan de verlichting aan de voorgevel. Die zal vast nog meer knipperen dan die van de buren.

Ik loop door de tunnel onder het spoor. Ook hier wordt gewerkt. Onlangs zijn de masten voor de bovenleiding geplaatst. Later dit jaar zullen de treinen hier op elektriciteit gaan rijden, en met 250 kilometer per uur voorbij gaan razen. Daarom worden hekken langs het spoor gebouwd. Nu kun je nog zo op de rails komen.

Op de trappen van de brug zit een oudere man te bedelen. In zijn plastieken bakje ligt een muntstuk van één yuan, zoals elke dag. Hij houdt het mandje omhoog, kijkt eerst naar de grond, daarna naar mij, een paar keer met het mandje schuddend. “Jīntiān méi yǒu quán. Wǒ zuótiān gěi nǐ wǔ kuài.” “Gisteren heb ik je al vijf yuan gegeven.” Hij knikt en rijst niet op, zoals hij anders doet.

Hier begint het park. Het is er drukker dan doordeweeks. Er zitten hand- en gezichtslezers langs de kant van het pad. Mij spreken ze niet aan, want hoe moeten ze hun bevindingen aan een buitenlander overbrengen? “American!“, hoor ik jongen roepen. “Bù shì měi guó rén.” “Ik ben geen Amerikaan.” “Hello!” roept hij terug. Ik antwoord met “Nǐ hǎo“. Een oudere man, die vlakbij het park woont, houdt een vogel die ook ‘nǐ hǎo‘ kan zeggen. En ‘rot op’, in het Chinees. Het is altijd maar afwachten óf en wát de vogel terugzegt. Hij zit in een kooitje, dat aan het balkon hangt. Ik roep “Nǐ hǎo” naar boven. Geen reactie.

Een straatreinigster komt me met haar kar tegemoet lopen. De vogel reageert alsnog, vandaag met “rot op”. De vrouw kijkt me verbaasd aan. Ik weet niet goed of dit een ‘hé-een-buitenlander’-blik is, of dat ze mij van het gescheld verdenkt.

Het is alsof ik als een kind in een hele grote snoepwinkel loop. Ik geniet van de wandelingen. Het is voorlopig de laatste. Morgen vertrekken we naar Shanghai, om de dag erna door te reizen naar Hongkong, voor vakantie en zaken.

Melkpoeder

24 april 2009, 7:06 (China 15:06)

Qi’s ouders staan dagelijks uren in de keuken. Zowel bij de lunch als het diner staan er minimaal zes, maar vaak acht, tien of nog meer gerechten op tafel. Het is vaak passen en meten om alle borden, schalen en kommen een plaats te geven. Vanavond heeft Qi’s moeder Chinese kool gemaakt. Eigenlijk wilde ze de kool niet klaarmaken, want het is een goedkope groente, die vooral door armere mensen wordt gegeten. Chinese delicatessen als kikker en schildpad zijn echter niet aan mij besteed. Maar ze zijn duur en exclusief, en juist daarom zet je ze aan gasten voor. Niet zoiets ordinairs als kool.

Naar Chinese begrippen ben ik een lastige en goedkope eter. Voordat we bij familie gaan eten hoor ik Qi’s vader altijd aan de telefoon vragen beantwoorden, over wat ik wel en niet eet. En ondanks dat er dan nog steeds tig gerechten op tafel staan, vinden mijn disgenoten dat ik niet gevarieerd genoeg eet. Terwijl ik hier vaak op één dag gevarieerder eet dan in Nederland in een hele week.

Ten behoeve van de variatie kwam de kool er toch. Qi werkt —zoals gebruikelijk— drie kommen rijst weg. De goedkope kool en Qi’s enorme eetlust brengen het gesprek op vroeger. Toen Qi geboren werd, 25 jaar geleden, waren bijna alle levensmiddelen op de bon. Hetzelfde gold voor kleding en schoeisel. Er was een standaard aantal bonnen per persoon. Een deel van de bonnen kreeg je, een ander deel moest je kopen. Met geld betalen in winkels was onmogelijk.

Qi’s moeder had na de geboorte geen moedermelk. En omdat iedereen standaard was, en moeders standaard wél borstvoeding kunnen geven, waren er geen bonnen voor melkpoeder. Melkpoeder was sowieso niet te krijgen in een provinciestad als Shangyu. Uiteindelijk leenden Qi’s ouders melkpoeder van de buurvrouw. De buurvrouw had net een dochter gekregen, haar familie had connecties in Shanghai, en daar was wel melkpoeder voorhanden.

Er was wel zwarte handel, maar zeer beperkt. De straffen waren hoog. Qi’s opa werd gepakt terwijl hij bouwmaterialen verhandelde. Hij werd bestempeld als een kapitalist en een maand naar een heropvoedingskamp gestuurd, met als doel hem te hersenspoelen zodat hij het communisme kritiekloos zou aanvaarden. Kort nadat hij vrij kwam kreeg hij een herseninfarct en overleed hij.

Opa had al eerder problemen gehad met de overheid. Tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976) werd opa’s broer opgepakt wegens staatsondermijnende activiteiten. De broer betaalde steekpenningen, kwam vrij, en wees in ruil opa als schuldige aan. Opa werd daarop bestempeld als een ‘contrarevolutionair element’. Hij kreeg een puntmuts op, en moest een bord om zijn nek dragen, waarop zijn misdaden stonden vermeld. Zijn handen werden vastgezet in een zwaar houten blok. En zo werd hij dan urenlang publiekelijk tentoongesteld. Ook later werd hij nog meerdere keren voor onbepaalde tijd vastgezet, maar kwam steeds weer vrij. Na de Culturele Revolutie werd hij gerehabiliteerd. Zijn naam werd vermeld op een plakkaat. Daar moest hij het mee doen.

Als je vandaag de dag in China komt, is het moeilijk voor te stellen dat dergelijke praktijken dertig à veertig jaar geleden gemeengoed waren. Velen die als ‘contrarevolutionair element’ werden gekwalificeerd pleegden zelfmoord of ‘verdwenen’. Er heerste hongersnood, en nog tot lang na de Culturele Revolutie was er schaarste.

Qi’s ouders konden de buurvrouw, die hen het melkpoeder ‘leende’, destijds geen melkpoeder teruggeven. Nu is de dochter van de buurvrouw onlangs bevallen. In onze koffer, vanuit Nederland: twee blikken melkpoeder.

Make love, not war

21 april 2009, 3:54 (China 11:54)

De overgrote meerderheid van de Chinezen spreekt geen woord Engels. Daar is ook weinig reden toe. Chinees is de meest gesproken taal ter wereld, en slechts een zeer klein deel van de Chinezen komt in aanraking met buitenlanders. Al is het alleen al vanwege de afstand tot het buitenland, die voor de gemiddelde Chinees nu eenmaal iets groter is dan voor de gemiddelde Nederlander. Dus waarom zou je dan een woordje buiten de grens leren? Engels is tegenwoordig wel een verplicht vak, maar omdat de noodzaak vaak ontbreekt, hebben veel leerlingen enkel interesse in slagen voor het examen. Er is bovendien alleen een schriftelijk, en geen mondeling examen, hetgeen verklaart waarom Chinezen doorgaans beter Engels kunnen lezen en schrijven dan spreken en begrijpen.

Vlak voor vertrek uit Shanghai. Bij de receptie van ons hotel staat een Spaanse mevrouw ruzie te maken met de receptioniste, in het Engels. Ze wil drie nachten bijboeken. De receptioniste snapt het niet. De mevrouw vouwt haar handen samen, legt haar hoofd erop en steekt vervolgens drie vingers in de lucht. De receptioniste kijkt haar glazig aan.

In ons hotel overnachten eigenlijk alleen maar Chinezen. De ingang is verstopt in een steegje, vlakbij de Bund. We betalen 198 yuan per nacht (ongeveer € 20). Prima prijs en locatie dus. Maar het hotel is duidelijk niet ingesteld op buitenlanders. Zo pas ik met mijn 1 meter 84 alleen diagonaal in het bed. En bij de receptie spreken ze dus eigenlijk alleen maar Chinees. Hoe de Spaanse hier is beland is ons een raadsel.

Drie vingers in de lucht zegt een Chinees ook niks. Chinezen tellen op één hand tot tien. Voor drie maak je een rondje met je duim en wijsvinger door de toppen tegen elkaar te houden. Zeg maar het teken dat de Fransen gebruiken als iets goed is. Als een Chinees dergelijke gebaren in een Westers hotel zou maken, dan zou je je als receptionist afvragen: waarom maakt dat mens zo’n heibel over het feit dat ze lekker geslapen heeft?!

Met plaatsvervangende schaamte zie ik mijn mede-buitenlanders steeds kwader worden. “You should learn how to speak English!“, roept de Spaanse op een tempo en volume alsof de receptioniste slechthorend is. Maar ook die boodschap komt niet aan. Gelukkig maar. Qi merkt heel terecht op: “Als ze Engels wil spreken moet ze naar een vijfsterrenhotel gaan.”

Weer terug in Shangyu. Hier is het aantal mensen dat Engels spreekt nog dunner gezaaid dan in Shanghai. Alhoewel… Op straat komt een oudere Chinese mevrouw breed lachend op me afgelopen. “Hello, hello!“, roept ze in gebroken Engels, beide handen naar me uitstekend. Enigszins beduusd geef ik haar een hand. Voordat ze me mijn hand weer teruggeeft en verder loopt, zegt ze me nog, in hetzelfde tempo en met hetzelfde volume als de Spaanse in het hotel: “I love you!

Naar de hoeren

19 april 2009, 14:06 (China 22:06)

De vorige keer droegen de massagemeisjes nog vormloze werkkleding met linnen schoenen eronder. Een tenue waarmee ze —zeg maar— niet uit de toom zouden vallen ten tijde van de Culturele Revolutie. Geen make-up, en het haar in een functionele paardenstaart. Deze meisjes waren nu verruild voor dames met hoge naaldhakken, netkousen, een kort rokje, een laag decolleté, een zwoele stem en een zo verleidelijk mogelijke lach. Het was duidelijk dat de massagesalon inmiddels ook ‘aanvullende diensten’ aanbod. Nieuw was ook de portier bij de deur, die —gezien zijn afmetingen— duidelijk bedoeld was om klanten die weigerden voor de extra’s te betalen of naar de politie dreigden te stappen, af te schrikken. Prostitutie is immers verboden in China.

We zijn een paar dagen terug in Shanghai. We woonden in de flat even verderop, en kwamen vaak in deze massagesalon. Eerst naar de sportschool, beneden eten, en dan —voor het naar bed gaan— voor 38 yuan (ongeveer € 3,80) een voetmassage van een uur. De tengere meisjes met hun vormloze werkkleding en linnen schoenen hadden een kracht in hun handen waar je u tegen zei. De massage zelf was pijnlijk, maar tijdens de korte wandeling naar huis had je het gevoel op wolken te lopen. En in bed zweefde je dan langzaam naar beneden. Heerlijk!

Bordelen zijn ook vaak verhuld als kapsalon, maar deze zijn redelijk gemakkelijk van de echte kappers te onderscheiden. Kappers hebben meestal een glazen pui, en dan kun je zien dat er binnen echt geknipt wordt. Bij massagesalons is dat lastiger, omdat de massages sowieso in privé-kamertjes worden gegeven. Je kunt de meisjes dus niet van buitenaf verveeld op een bank zien hangen, zoals bij de ‘kapsalons’.

Hoe dan ook, onze dames van plezier moesten nu echt aan het werk. En omdat hun kwaliteiten duidelijk om een ander vlak lagen, was dat een stuk aangenamer dan de pijnigingen van voorheen. Maar omdat pijn later fijn is gaan we vanavond toch maar op zoek naar meisjes die wat minder uitdagend gekleed zijn.

(advertenties)

Homoseksualiteit

15 april 2009, 7:58 (China 15:58)

We weten niet of Qi’s ouders beseffen dat Qi en ik een relatie hebben. Misschien vermoeden ze het wel, misschien ook niet. ‘Het vertellen’ ligt gecompliceerd en is niet zo vanzelfsprekend als in het Westen.

Chinese ouders maken zich vaak zorgen om hun kinderen. En daar is alle reden toe. Er heerst in China een enorme concurrentiestrijd. Er zijn heel veel mensen, en die vele mensen raken gemiddeld steeds hoger opgeleid. Maar er zijn onvoldoende goede banen, wat leidt tot diploma-inflatie. Zelfs voor eenvoudige banen moet je inmiddels universitair geschoold zijn. Wil je de baan niet? Dan voor jou tig duizenden anderen. Ouders doen er alles voor om hun kinderen zo goed mogelijk terecht te laten komen, en er ligt een grote druk op de kinderen om exceptioneel te presteren. Bovengemiddeld is niet goed genoeg.

Zo hebben Qi’s oom en tante voor hun dochter een baan ‘gekocht’. Qi’s nichtje is hoogopgeleid, maar voor een passende baan aangenomen worden na sollicitaties zou te lang duren, zo niet onmogelijk zijn. Dus hebben haar ouders via via een bepaald bedrag betaald, en kreeg hun dochter de positie. Ze vindt het werk niet leuk, maar ze kan het tegenover haar ouders niet maken om ontslag te nemen. Haar ouders hadden de financiële middelen om dit te doen. Veel andere ouders hebben dat niet. Ze moet dankbaar zijn.

Alles wat door anderen kan worden gezien als een negatieve afwijking van het normale, kan een gevaar vormen voor het ‘goed terecht komen’, en vormt voor ouders aanleiding om zich zorgen te maken. Homoseksualiteit is daar een voorbeeld van. Wat als andere mensen gaan praten? Wat als mensen, waarvan je afhankelijk bent, het afkeuren? Dan zal je kind nooit een goede baan vinden, met alle gevolgen van dien. En je kind heeft het al moeilijk genoeg.

Waar komt die afkeuring vandaan?

Lees verder

Shampoo, douchegel en deodorant

13 april 2009, 6:04 (China 14:04)

De eerste ochtend in het hotel. Qi slaapt nog, ik sta onder de douche. Ik heb mijn haar nat gemaakt en wil het wassen. We hebben van Qi’s ouders twee flacons meegekregen, één met douchegel, de ander met shampoo. Maar wat zit in welke fles? De een is wit, de ander groen. Op de één staan bloemetjes, op de ander in het Engels de merknaam Rejoice. Wat geniet je als je je haar met dit spul wast. Of toch: wat word je blij als je je lichaam met dit goedje insmeert? Ik ken geen karakters die hier iets mee te maken hebben, dus de tekst op de flacons bestuderen heeft ook weinig zin. Op goed geluk dan maar.

Rejoice blijkt te slaan op het genieten bij het wassen van het haar. Goed gegokt. Pas later bedenk ik me dat ik het beter om het kunnen draaien: je lichaam insmeren met shampoo is vast minder riskant dan je haar wassen met douchegel.

Ik ben vergeten mijn deodorant mee te nemen uit Nederland. Deodorant vinden in Shangyu wordt nog een hele opgave. Chinezen gebruiken namelijk meestal geen deodorant. Ze zweten amper, en het Chinese eten doet het zweet minder stinken.

In een grote supermarkt lopen we de schappen af. Dat Rejoice blijkt er in tig verschillende soorten te zijn. Shampoo, doucheschuim, zeep, tandpasta in de smaken groene thee, jasmijnthee, en weet-ik-wat-voor-thee, maar deodorant ho maar. Het winkelpersoneel heeft ondertussen in de gaten dat er een buitenlander in het pand is, en verzamelt zich rondom het gangpad waar we ons bevinden. Qi vraagt één van de verkoopsters of ze ook deodorant hebben. Ze lijkt het niet te snappen, want Qi moet zijn vraag verduidelijken. “Méi yǒu.” Geen deodorant.

Een andere verkoopster komt aangelopen. Ze loopt met haar hesje in haar hand, is blijkbaar net begonnen met haar shift, en nog niet ingelicht door haar collega’s. Ze kijkt me lang en indringend aan. “Is dat een buitenlander?!” vraagt ze Qi. Gelukkig leidt mijn voorkomen wat af van de lucht. Nu maar hopen dat dat Chinese eten snel zijn werk gaat doen.

Weer thuis

11 april 2009, 8:26 (China 16:26)

Na een reis van ruim 21 uur zijn we weer thuis. Thuis in China, bij Qi’s ouders in Shangyu. Het is altijd een hele toer om hier te geraken. Nadat we geland waren op de vliegveld van Shanghai Pudong, hebben we de bus genomen naar het dichtstbijzijnde metrostation. Het metronet van Shanghai wordt in rap tempo uitgebreid. Vorig jaar had Shanghai 160 metrostations, volgend jaar zullen dat er 280 zijn. Binnenkort zal het metronet ook de luchthaven met de stad verbinden. Tot die tijd is het nog slepen met de koffers in de bouwput.

We namen de metro naar het Volksplein, waar we moesten overstappen op een andere metrolijn. Twee haltes verder stapten we uit, en ging Qi ‘bovengronds’ om onze buskaartjes af te halen. Een vriendin had deze vorige week al gekocht. Buskaartjes voor de langere afstanden kun je het beste een paar dagen van tevoren kopen, net als treinkaartjes. Anders loop je het risico dat ze uitverkocht zijn. Nadat Qi terugkwam, konden we aan de andere kant van het perron weer de metro nemen, nu naar het zuidelijke treinstation van Shanghai.

Van de metrohalte bij het treinstation liepen we door lange, brede, ondergrondse gangen in ongeveer een kwartier naar het ‘nabijgelegen’ busstation. Op het busstation werkt het als volgt. Op het buskaartje staat een gate vermeld, en boven de gate hangt een bord waarop staat voor welke bus je op dat moment kunt instappen. Als het boarden begint, dan wordt je kaartje gecontroleerd, en kun je instappen in de bus die met de neus richting de gate staat geparkeerd. Een man met vlaggetjes dirigeert de bus vervolgens naar achteren, waarna de busreis kan beginnen. Het is net vliegen. Onze chauffeur dacht overigens dat hij echt piloot was, en hij was er duidelijk niet van gecharmeerd dat nog meer verkeer op zíjn start- en landingsbaan reed.

Na een busrit van ongeveer drie uur kwamen we aan in Shangyu. Qi noemt dit ‘thuis’ en zal dit altijd ‘thuis’ blijven noemen. Voor mij voelt het inmiddels als mijn tweede thuis. Maar ondanks dat het heel vertrouwd voelt, is het toch altijd weer even schakelen. Zo realiseerde ik me, direct na aankomst op de drukke luchthaven en in de metrostations, dat ik weer wat brutaal moest zijn, anderen niet moest laten voorgaan, omdat ik anders met het Chinese Sint-Juttemis nog niet zou zijn waar ik wezen moest. Tegelijkertijd heb ik tijdens de busrit heerlijk geslapen. Ik werd wel een paar keer wakker van het luide getoeter van onze chauffeur, voordat hij weer een naar zijn zin te langzame vrachtwagen afsneed, maar ik had niet meer de bijna-doodervaringen zoals ik die eerder tijdens soortgelijke busritten had.

Maar hoe vaak ik hier ook al geweest ben, het blijft bijzonder. Zo zag ik op het busstation in Shanghai een soort toilet dat ik nog nooit eerder had gezien. Bij dit toilet was geen ‘gat in de grond’ zoals bij het hurktoilet, maar het was wel de bedoeling dat je hurkte, maar dan boven een gleuf waar water door stroomde. En waar dus om de zoveel tijd de behoefte van een buurman door voorbij kwam drijven.