Homoseksualiteit
We weten niet of Qi’s ouders beseffen dat Qi en ik een relatie hebben. Misschien vermoeden ze het wel, misschien ook niet. ‘Het vertellen’ ligt gecompliceerd en is niet zo vanzelfsprekend als in het Westen.
Chinese ouders maken zich vaak zorgen om hun kinderen. En daar is alle reden toe. Er heerst in China een enorme concurrentiestrijd. Er zijn heel veel mensen, en die vele mensen raken gemiddeld steeds hoger opgeleid. Maar er zijn onvoldoende goede banen, wat leidt tot diploma-inflatie. Zelfs voor eenvoudige banen moet je inmiddels universitair geschoold zijn. Wil je de baan niet? Dan voor jou tig duizenden anderen. Ouders doen er alles voor om hun kinderen zo goed mogelijk terecht te laten komen, en er ligt een grote druk op de kinderen om exceptioneel te presteren. Bovengemiddeld is niet goed genoeg.
Zo hebben Qi’s oom en tante voor hun dochter een baan ‘gekocht’. Qi’s nichtje is hoogopgeleid, maar voor een passende baan aangenomen worden na sollicitaties zou te lang duren, zo niet onmogelijk zijn. Dus hebben haar ouders via via een bepaald bedrag betaald, en kreeg hun dochter de positie. Ze vindt het werk niet leuk, maar ze kan het tegenover haar ouders niet maken om ontslag te nemen. Haar ouders hadden de financiële middelen om dit te doen. Veel andere ouders hebben dat niet. Ze moet dankbaar zijn.
Alles wat door anderen kan worden gezien als een negatieve afwijking van het normale, kan een gevaar vormen voor het ‘goed terecht komen’, en vormt voor ouders aanleiding om zich zorgen te maken. Homoseksualiteit is daar een voorbeeld van. Wat als andere mensen gaan praten? Wat als mensen, waarvan je afhankelijk bent, het afkeuren? Dan zal je kind nooit een goede baan vinden, met alle gevolgen van dien. En je kind heeft het al moeilijk genoeg.
Waar komt die afkeuring vandaan?
In hun houding ten opzichte van homoseksualiteit worden Chinezen niet gehinderd door enige religie (of beter: door enig religieus extremisme of fanatisme). Ze hebben niet —zoals christenen en moslims— een heilig boek waar dingen in staan die kunnen worden uitgelegd als zijnde dat homoseksualiteit zondig is. In de oosterse filosofie wordt sowieso niet gedacht in termen van absoluut goed en kwaad. Het goede en kwade staan in relatie tot elkaar, zijn onderling afhankelijk van elkaar, veroorzaken elkaar, en houden elkaar in stand: yin en yang.
Chinezen zijn vooral pragmatisch. Als je in harmonie met je omgeving leeft, dan maalt de gemiddelde Chinees er niet om dat je ‘het’ met iemand van hetzelfde geslacht doet. Chinezen keuren homoseksualiteit niet af, zolang je je rol in de maatschappelijke ordening maar vervult. Dat houdt in: trouwen en voor mannelijk nageslacht zorgen. (Vrouwen behoren, na hun huwelijk, toe aan de familie van de man, en ben je dus ‘kwijt’.) Voordat de communisten aan de macht kwamen was dit duizenden jaren de praktijk: mannen en vrouwen trouwden, zorgden voor nageslacht, en hadden (beide!) buitenechtelijke homoseksuele escapades.
De houding jegens homoseksualiteit kwam echter rond 1949 onder druk te staan van de (geïmporteerde, van oorsprong niet-Chinese) communistische ideologie. De enige toegestane liefde was de liefde voor de revolutie. Seksualiteit was uitsluitend een middel om nieuwe revolutionairen voort te brengen. Wie zich bezighield met onfunctionele seks werd gezien als een reactionair element. Tegen deze achtergrond werd homoseksualiteit in het Chinese handvest voor de psychiatrie bestempeld als een geestesziekte. Pas in 2001 werd homoseksualiteit uit dit handvest geschrapt.
Nu is echter duidelijk een maatschappelijke verandering gaande. Een beetje stad heeft inmiddels haar eigen gayscene, compleet met homobars en -discotheken. De uitgaansgelegenheden zijn niet verborgen in kelders or achteraf steegjes, maar tegelijkertijd niet duidelijk herkenbaar als plaatsen voor homo’s. Je moet het weten, maar iedereen weet het, op enkele verdwaalde buitenlanders na, die dan kort na binnenkomst argwanend om zich heen kijken.
De druk om zich te conformeren aan de duizenden jaren oude rolpatronen mag dan minder zijn, zij bestaat nog steeds. En ruim veertig jaar ideologische afkeuring van liefde en onfunctionele seksualiteit is ook niet zomaar verdwenen. Al met al is het voor homo’s niet gemakkelijk om hun omgeving te vertellen dat men homo is. Waarbij moet worden opgemerkt dat het hokjes-denken (hetero en homo) iets typisch westers is, en het vertellen dat men homo wellicht evenzo. Een absolute heteroseksuele en homoseksuele geaardheid bestaan volgens de oosterse filosofie niet, net zomin als absoluut goed en kwaad. Daarom was homoseksualiteit ook lang geen issue: iedereen had het in zich. Waarom zou je het dan vertellen? Zolang de maatschappelijke orde maar in stand bleef was er geen probleem.
Het opofferen van het individu voor het grotere geheel staat tegenover het westerse humanisme, waar de mens centraal staat en niet de samenleving als geheel. Maar waar je mee omgaat word je mee besmet. Qi is verwesterd en wil niet trouwen met een vrouw voor het verwekken van nageslacht. Ik heb (heel westers) de behoefte aan erkenning van mijn individu en mijn relatie. Als Qi en ik trouwen, dan wil ik dat zijn ouders op zijn minst weten met wie hun zoon trouwt. Voor Qi speelt dat minder. En voor mij wordt die drang steeds minder. Zo Qi verwestert, zo ‘verooster’ ik.
Qi’s ouders behandelen me als hun ‘buitenlandse zoon’. Moeten ze weten in welk westers hokje wij passen? Of is het belangrijker dat ze zien dat hun zoon het goed doet, dat hun zoon goed terecht is gekomen? Kan dat compenseren dat er geen nageslacht komt? Kunnen ze dat ‘verkopen’ aan de sociale controle? Maatschappelijk succes is vaak een verzachtende omstandigheid.
Er komt in ieder geval (wellicht onbedoelde) steun vanuit de Chinese overheid. Sinds de éénkindpolitiek in 1979 werd ingevoerd propageert de overheid gelijkheid tussen mannen en vrouwen, en is mannelijk nageslacht minder vanzelfsprekend. De eeuwenoude millennia-oude maatschappelijke orde staat hiermee onder druk, maar verander je niet zomaar. In de steden gaat verandering sneller dan op het platteland. Een adviescommissie voor het overheidsbeleid heeft al meerdere keren een voorstel ingediend om het huwelijk open te stellen voor homoseksuele stellen. Het voorstel heeft het vooralsnog niet gehaald, maar het voorstel op zich is al opzienbarend.
Een Chinees homohuwelijk kan uitgelegd worden als het resultaat van westerse invloed. Ik denk dat de Chinezen juist heel dicht bij zichzelf blijven: niet moraliseren, en een pragmatische oplossing vinden voor het mannenoverschot dat is ontstaan als gevolg van de éénkindpolitiek en de aloude voorkeur voor mannelijk nageslacht. De overheid staat nu voor de uitdaging om ook deze mannen een gezinsleven te bieden. Dat komt de sociale stabiliteit ten goede, en daarmee het voortbestaan van de Communistische Partij. Ik acht het niet uitgesloten dat homoseksualiteit zelfs als oplossing wordt gezien. “Het maakt niet uit of een kat wit of zwart is, als hij maar muizen vangt.”
15 april 2009 om 8:47
Ja, het blijft een dilemma, maar vroeg of laat zullen ze toch weten welke geaardheid hun zoon heeft. Ouders hebben het beste voor met hun kind(-eren) en een goed ouder zal dit deze geaardheid zeker niet afwijzen als ze ziet dat hun zoon gelukkig is. Misschien langer wachten met vertellen maakt de stap om het te vertellen moeilijker terwijl de ouders het misschien allang doorhebben maar wachten op een bevestiging van jullie kant.
Door de cultuurverschillen van oost en west blijft het echter een dilemma en blijft het moeilijk het juiste tijdstip te kiezen om dit naar buiten te brengen.
Succes!
15 april 2009 om 22:29
Mooi verwoord!