Vriendelijkheid
Ik las eens een verhaal over het ontstaan van de Chinezen. Dat verhaal was dat, toen alle eigenschappen over de verschillende volkeren werden verdeeld, de Chinezen als laatste aan de beurt waren. Gewilde eigenschappen, zoals bijvoorbeeld een mooi uiterlijk, waren al vergeven. Het enige wat nog over was, was vriendelijkheid.
Over hoe mooi of lelijk de Chinezen zijn valt te twisten, maar vriendelijk zijn ze zeker. Op mijn terugreis van Chengde naar Beijing ervaar ik de Chinese vriendelijkheid weer eens. Mijn vriend uit Chengde heeft de buschauffeur gevraagd me af te zetten bij een metrostation. Want als ik eenmaal bij een metrostation ben, dan weet ik mijn weg wel te vinden. Ik kan natuurlijk een taxi nemen, maar dat is me te makkelijk.
We rijden over de Vierde Ringweg van Beijing, langs het Nationaal Stadium, waar een jaar geleden de Spelen begonnen. Even later zet de chauffeur de bus aan de kant van de weg, en gebaart me dat ik moet uitstappen. Hij wijst in verschillende richtingen, en het wordt me niet echt duidelijk waar nu het metrostation is. Tegelijk met mij stapt een jong stel uit, en uit de gebaren denk ik op te maken dat ze ook naar de metro gaan. Ik besluit ze te volgen.
Na een minuut of tien lopen is er nog steeds geen metrostation te bekennen. We komen bij een groot kruispunt. Het stel steekt over, maar lijkt verdwaald te zijn. En gaan ze wel echt naar de metro? Tijd om een ‘hulplijn‘ in te schakelen. Ik bel een vriend in Beijing, en geef mijn telefoon aan iemand die foto’s staat te maken van een viaduct. Hij draagt een badge, lijkt aan het werk, en weet hier vast de weg. Na een kort gesprek krijg ik mijn telefoon terug. “Hij zal je de juiste richting wijzen.” We hangen op. Op dat moment komt het stel weer langslopen. Ze spreken mijn ‘wegwijzer’ aan. Er volgen wat gebaren waaruit ik opmaak dat ik hen moet volgen.
We lopen terug naar een bushalte. Er stopt een bus en we stappen in. Als ik een buskaartje wil kopen is het stel me te snel af. We houden allebei geld voor aan het kaartjesverkoopster, die daarop vraagt wiens geld ze moet aannemen. Uiteindelijk neemt ze het geld aan van het stel, waarop ik mijn twee kuai aan het stel aanbiedt. Ze weigeren. Ik bied het nog een paar keer aan, maar het wordt niet geaccepteerd.
De eerstvolgende halte stappen we uit. Even verderop is een metrostation. Daar is het weer duwen geblazen om de metro in te komen. Maar dat Chinezen zich tegenwoordig niet echt geduldig tonen als ze in een rij staan wordt wellicht ook verklaard door het bovengenoemde verhaal.
9 augustus 2009 om 13:00
Toch erg vriendelijke mensen die Chinezen… De meesten zijn gelukkig bereidwillig te helpen en dan een tip aannemen ho maar! Waren de mensen overal maar zo.
10 augustus 2009 om 9:56
Het is ook grappig en ik zie het zo voor mijn ogen zich afspelen. Als je je snel boos maakt omdat de dingen niet lopen zoals ze volgens jou zouden moeten lopen heeft je verslag een therapeutische waarde.