Made in China

Archief van december 2009

Overdaad

17 december 2009, 8:48 (China 16:48)

“Weet je zeker dat het al open is?” We lopen met Qi’s vader in de richting van een nieuw winkelcentrum in Shangyu. Het gebouw lijkt af, maar op het grote plein ervoor is geen mens te bekennen. “Ja, het is in oktober geopend”, antwoordt Qi’s vader. We voelen aan de deur, die inderdaad open is. We gaan naar binnen.

Binnen is het een overdaad aan luxe: acht verdiepingen met ’s werelds duurste merken. Het is er spik en span. Een schoonmaakster is bezig om met een scheermesje de millimeters direct boven een lichtschakelaar te reinigen. Haar collega duwt een grote vloerwisser voort, ook al is het onmogelijk om de natuurstenen vloer nog meer te laten blinken. Het is niet alleen een overdaad aan luxe, ook aan personeel. Veel personeel is normaal in China, maar hier valt het extra op omdat ze werkelijk niets te doen hebben. Want het aantal klanten is nihil. Ik schat zo’n honderd personeelsleden per klant.

Dergelijke winkelcentra vind je in steden als Beijing en Shanghai, maar verwacht je niet in een —naar Chinese begrippen— dorp als Shangyu. Het lijkt hier ook allesbehalve op z’n plaats.

We zijn op zoek naar nieuwe schoenen voor Qi, maar het merk dat hij wil is blijkbaar te licht bevonden voor dit winkelcentrum. Eenmaal buiten vraag ik Qi of we het wellicht in het complex aan de overkant kunnen proberen. “Nee,” zegt Qi, “dat heeft geen zin. Dat gebouw is van de concurrent en heeft precies dezelfde winkels.”

(advertenties)

Calvinisme

12 december 2009, 2:27 (China 10:27)

Qi’s vader had vroeger een eigen bedrijf. Hij maakte mallen voor machines in fabrieken. Maar de zaken gingen slecht, hij werd ouder, en is een aantal jaar geleden gestopt met werken. Hij heeft de pensioengerechtigde leeftijd echter nog niet bereikt. Deze ligt in China voor mannen op 60, en voor vrouwen op 50 jaar. Dat is ook een reden dat Qi’s moeder nog steeds werkt. Zij krijgt al wel pensioen, maar de 1.100 yuan (ongeveer € 110) per maand is krap om met z’n tweeën van te leven. Haar salaris van 1.200 yuan (ongeveer € 120) per maand wil ze niet opgeven.

We dringen er bij Qi’s ouders op aan een wat luxer leven te leiden; om beter eten voor henzelf te kopen, en bijvoorbeeld een elektrische verwarming aan te schaffen. We geven ze geld, maar Qi’s moeder weigert pertinent dat uit te geven. Ze spaart het op voor het geval wij het later nodig hebben. Ook van haar karige inkomen presteert ze het om een deel te sparen. Ze maakt zich veel zorgen over de problemen op haar werk. Slapeloze nachten heeft ze ervan. Maar stoppen? Ze piekert er niet over. Ze zou het calvinisme uitgevonden kunnen hebben.

Misschien is het ook maar beter dat ze blijft werken. Als ze zou stoppen, dan zou ze weinig om handen hebben. Ze zou zich gaan bemoeien met de boodschappen, die nu worden gedaan door Qi’s vader. Hij is makkelijker met geld, en onze troef. Een deel van ons geld geven we bewust aan hem. Laatst zei Qi’s moeder dat het misschien gezond zou zijn als ze sojamelk zouden drinken. Qi’s vader reageerde niet, maar is nog dezelfde dag naar de winkel gegaan om een apparaat te kopen om sojabonen mee te malen. Bij thuiskomst werd moeder boos: “Waarom heb je zo’n duur apparaat gekocht?!” Vader: “Hoe moet ik anders de bonen malen?!” Ze is een paar dagen chagrijnig geweest, maar drinkt nu regelmatig melk.

Als moeder naar haar werk is, vertelt vader dat moeder ook regelmatig klaagt over het vlees, de vis en groenten die hij koopt op de markt. “Waarom koop je zulk duur eten?!” Zolang ze daarover klaagt is het goed.

Honderd mensen

10 december 2009, 12:46 (China 20:46)

Qi’s moeder werkt op een school voor voortgezet onderwijs, als hoofd van de conciërges van de gebouwen waar de leerlingen slapen. Op het voortgezet onderwijs is het gebruikelijk dat de leerlingen dag en nacht op school verblijven. De lessen zijn van half zeven ’s ochtends tot half zes ’s middags. In de avonden is er zelfstudie, van zeven tot negen uur. In de lagere klassen vijf, in de hogere klassen zes dagen per week. Vakanties worden deels gecompenseerd; in de weekenden voor en na vakanties zijn er extra lessen.

Vanuit onze hotelkamer kijken we uit op het schoolplein van Qi’s oude basisschool. De lessen zijn daar van zeven uur ’s ochtends tot vier uur ’s middags. Tweemaal daags schallen instructies uit de luidsprekers die rondom het plein hangen. Het zijn instructies voor gymnastiekoefeningen en een oogmassage, bedoeld om de concentratie op peil te houden.

Omdat er zoveel mensen zijn is het —zelfs met een universitair diploma— moeilijk om een goede baan te vinden. Er ligt een grote druk op kinderen om op school exceptioneel te presteren.

Het werk dat Qi’s moeder doet betaalt slecht. Eén van de conciërges heeft eerder een salarisverhoging gevraagd, maar kreeg nul op het rekest. Er zijn toch genoeg andere mensen die het werk willen doen, zo redeneert de directeur.

Twee weken geleden heeft een leerling uit de hogere klassen zelfmoord gepleegd. Hij kwam niet opdagen bij de zelfstudie, en werd uiteindelijk gevonden in zijn kamer, waar hij zich had opgehangen aan zijn stapelbed. Daarna hebben alle conciërges van het betreffende en de omliggende gebouwen ontslag genomen of zich ziek gemeld. Ze zijn bang dat de geest van de jongen nog ronddoolt in het gebouw en durven er niet meer te werken. Zeker ’s nachts, als ze in het donker hun ronde moeten doen. De directeur maalt niet om zijn vertrokken werknemers: “Het is makkelijker om honderd mensen te vinden dan honderd honden.” (Chinees gezegde)

Welvaart en milieuvervuiling

6 december 2009, 14:00 (China 22:00)

Gisteren zijn we aangekomen in China voor familiebezoek. We vlogen op Hangzhou, waarvan de luchthaven op zo’n 60km van Shangyu ligt. Qi’s vader had een oud-collega gevraagd ons af te halen met de auto. Van elke honderd Chinezen bezitten er één of twee een auto.

Het welvaartsniveau in China is de afgelopen decennia sterk gestegen, maar blijft nog ver achter bij het Westen. Zo zijn er in Nederland bijna vijftig auto’s op elke honderd inwoners. In dit deel van China heeft men nog niet eens centrale verwarming, terwijl het momenteel slechts een paar graden boven nul is. Ook binnenshuis dragen we onze winterjas.

Zo snel het welvaartsniveau steeg, zo snel nam de vervuiling toe. Het beleid was vrijwel uitsluitend gericht op economische groei. De bijkomende milieuvervuiling werd genegeerd. Tegelijkertijd besefte men nog niet wat de gevolgen waren van de vervuiling; er was nog geen milieubewustzijn. De vervuiling nam sneller toe dan het bewustzijn kón groeien.

Milieu wordt belangrijker. In het beleid is nu —naast economische groei— ook aandacht voor het verminderen en tegengaan van vervuiling. Yan, een vriend uit Nanjing, werkt als ingenieur in een elektriciteitscentrale. De centrale was zwaar vervuilend, tot de overheid het bedrijf verplichtte een meer milieuvriendelijke installatie te gaan gebruiken. Bij weigering zou jaarlijks een boete opgelegd worden, hoger dan de kosten voor de mileuvriendelijke installatie.

China is, samen met de VS, verantwoordelijk voor 40% van alle CO2-uitstoot. De VS staan op de eerste plaats, op korte afstand gevolgd door China. Dat China veel CO2 uitstoot is niet verwonderlijk als je bedenkt dat het één van de grootste en dichtstbevolkte landen is. Relatief gezien zijn de VS en Nederland veel grotere vervuilers dan China. Als je kijkt naar de CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking, dan blijkt dat de VS vijf keer meer CO2 uitstoten dan China. De gemiddelde Nederlander stoot drie keer meer uit dan de gemiddelde Chinees. Daarbij komt dat veel goederen die in China worden geproduceerd (en daar voor milieuvervuiling zorgen) in het Westen worden geconsumeerd. Een deel van de Chinese CO2-uitstoot moet je dus eigenlijk toerekenen aan het Westen. Yan: “Het Westen gebruikt een dubbele standaard. Jullie gebruiken China om goedkope goederen te produceren, en wijzen vervolgens naar ons dat we teveel vervuilen.”