Made in China

Archief van juli 2010

Schoonheidsideaal

25 juli 2010, 21:36 (China 5:36 +1)

Nu het regenseizoen in China is afgelopen, en de temperatuur er dagelijks boven de dertig, vaak tegen de veertig graden uitkomt, zijn Qi’s ouders blij dat ze in Nederland zijn. Het flatgebouw waarin ze wonen ligt tegen een beboste heuvel aan, wat wel enige verkoeling geeft, maar de hitte is en blijft drukkend.

Hun appartement had oorspronkelijk een balkon, maar dat is al vrij snel na de bouw bij de woonkamer getrokken, vanwege de extra ruimte. De muur tussen de woonkamer en het balkon is weggebroken, het hekwerk op het balkon is vervangen door een muur tot halve hoogte, en daarboven zijn schuiframen geplaatst. Bijna alle balkons in de flat zijn op soortgelijke wijze dichtgemaakt. En dat geldt niet alleen voor de flat waar Qi’s ouders wonen; overal in China is dit gangbaar. Alleen bij nieuwbouw is het tegenwoordig vaak verboden om het balkon dicht te maken, om esthetische redenen. Maar het is me een raadsel waarom er überhaupt balkons worden gebouwd in China, want Chinezen maken er toch geen gebruik van.

Afgelopen week zat ik dikwijls op het dakterras. Alleen. Ondanks dat de temperatuur buiten een stuk aangenamer was, verkozen Qi en zijn ouders het om binnen te zitten, achter de ventilator, met de jaloezieën dicht. En daar waar ik wel blij ben met een tintje, vermijden mijn afhaalchinezen de zon alsof ze er allergisch voor zijn.

Sinds Qi’s ouders hier zijn prijkt op het planchet boven onze wastafel een flacon whitening facial milk. Qi’s moeder gebruikt het om haar huid lichter te maken. Want volgens het Chinese schoonheidsideaal is de huid zo wit mogelijk. Een witte huid betekent dat je geld hebt, dat je niet buiten hoeft te werken. Verder staat een witte huid voor jeugdigheid. Aziaten krijgen sneller pigmentvlekken door de zon. Dus hoe ouder de huid, des te donkerder deze is.

Ik kan er nog niet blij van worden, als ik zo naar mijn melkflessen kijk.

(advertenties)

Ingeburgerd, aanvraag naturalisatie

20 juli 2010, 11:57 (China 19:57)

Na wat aanloopproblemen lukte het uiteindelijk (nog voor mijn vertrek naar China) om contact te krijgen met het Bureau Inburgering van onze oude gemeente, en snel daarna een afspraak te maken. Eenmaal op het stadhuis bleek nog eens hoe lastig de afdeling bereikbaar was. Na het een aantal keren telefonisch te hebben geprobeerd, zei de receptioniste dat ze mijn komst maar even fysiek ging aankondigen.

De medewerkster van het Bureau Inburgering nam de declaratie en alle bewijsstukken in ontvangst, overlegde even met een collega “die er meer vanaf wist” en kwam terug met de mededeling dat ze dacht dat de declaratie zou worden goedgekeurd. “Maar het kan wel even duren voordat u het geld krijgt.” Ik dacht meteen in termen van maanden. “Ongeveer twee weken.” Bedenkend dat het ook zo lang had geduurd om ze te spreken te krijgen, vond ik dat eigenlijk best snel.

En jawel, drie weken later werd het volledige bedrag op onze bankrekening bijgeschreven.

Nu Qi is ingeburgerd voldoet hij aan één van de belangrijkste voorwaarden voor het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. Ook aan een andere belangrijke voorwaarde voldoet hij sinds kort: hij woont drie jaar onafgebroken ongehuwd in Nederland samen met zijn Nederlandse partner. Vanmorgen heeft Qi zijn aanvraag tot naturalisatie ingediend.

Ouders aangekomen in Nederland

18 juli 2010, 10:14 (China 18:14)

“Dit zijn mijn schoonouders. Ze zijn hier voor familiebezoek.”
De marechaussee bladerde door een van de paspoorten en kwam al snel bij een pagina met een doorkruist visum.
“Ja, het consulaat had de visa omgewisseld. Het goede visum staat op de volgende pagina.”
“Ik zie het, ja… Hoe lang blijven ze hier?”
“Tot en met 14 augustus.”
“En waar verblijven ze?”
“Bij ons thuis.”
“En jij bent ze wezen halen?”
“Ja, ik heb het gecombineerd met een bezoek aan de Expo.”

De marechaussee voorzag de visa van stempels, en zo stonden we nog geen kwartier na de landing al bij de bagageband te wachten op onze koffers. De elf uur durende vlucht was goed verlopen. Een dag eerder was ik al bij Qi’s ouders aangekomen. Nog nooit eerder was ik zo lang met ze alleen geweest. Tot mijn eigen verbazing bleek mijn woordenschat inmiddels dusdanig groot dat we redelijk met elkaar konden communiceren. Nu Qi er niet bij was moest ik ook wel.

De bagageband draaide al, en er lagen nog wat koffers op van een eerder aangekomen vlucht. Na een paar minuten keek Qi’s vader me ongerust aan, wijzend naar de band: “méi yǒu!” (De koffers zijn er niet!) Tja, in China moet je bij wijze van spreken je best doen om eerder dan je koffer bij de bagageband te geraken. In Nederland duurt dat, zoals wel meer dingen, iets langer. “Děng yī xià.” (Even wachten.)

Nadat we onze koffers hadden namen we de trein, en Qi haalde ons af op het station. Met twee Chinezen die totaal aan mij waren overgeleverd voelde dat wel een beetje als ‘missie geslaagd’.

Fietsen

13 juli 2010, 5:16 (China 13:16)

De tijd dat fietsen het straatbeeld in China domineerden is lang voorbij. De gouden koe is ervoor in de plaats gekomen. Opvallend is dat in Hangzhou het fietsen wordt gepromoot. Op veel plekken in de stad staan leenfietsen die je met een chipkaart uit de klem kunt halen. Op een andere plaats kun je de fiets weer vastklemmen, waarna het verschuldigde bedrag van de chipkaart wordt gehaald.

Mijn hotel biedt ook fietsen aan, dus ik ga voor die optie. Er is alleen nog een damesfiets beschikbaar. Of ik dat erg vind, vraagt de receptioniste. Zou een buitenlander op een damesfiets nog meer bekijks trekken dan een buitenlander op een herenfiets? Vast niet.

Het is een typische Chinese fiets: klein, met het zadel op de laagste stand. De remmen van mijn fiets piepen meer dan remmen. Dat is mooi meegenomen, denk ik aanvankelijk, want de bel aan het stuur maakt totaal geen indruk op mijn medeweggebruikers. Maar al snel kom ik er achter dat de piepende remmen dat evenmin doen. Voetgangers die zonder te kijken oversteken, of andere fietsers die zonder te kijken opeens besluiten aan de andere kant van het fietspad te gaan rijden — ze vertrekken geen spier bij het snerpende, indringende geluid dat mijn remmen produceren. De blik is alleen gericht op de kant waar men heen moet. Verder laten de verkeersregels zich kort samenvatten: de sterkste neemt voorrang, en daar anticipeert reageert de rest op.

En daar rij ik dan, op mijn stalen ros. In het begin steek ik nog wat schichtig de drukke kruispunten over. Ik fiets langs het Westmeer, en al snel bevind ik me in de heuvels rond het meer, tussen de theeplantages. Rust. Als je hier bent snap je waarom Hangzhou de mooiste stad van China wordt genoemd. “Hemel op aarde”, zoals de Chinezen zeggen.

Kracht zetten is wat lastig als je knieën bijna het stuur raken, dus ik loop een groot stuk naar boven, al uitkijkend naar de rit naar beneden. Die loop ik echter ook grotendeels, om maar niet al piepend de heuvel af te suizen. Eenmaal terug in de stad begeef ik me als een echte Chinees in het verkeer. Ik fiets tegen het verkeer in, en schrik me niet langer het leplazarus als er vlak achter me een auto claxonneert. Ergens best wel stoer, zo op mijn kinderfiets.

Luxe

10 juli 2010, 4:52 (China 12:52)

In 1978 werden in Qixia, een buitenwijk van Nanjing, de eerste fabrieken gebouwd. Direct aan de rivier de Yangtze verrezen kolossale petrochemische installaties. Niet veel later werden tussen de olieraffinaderijen en opslagtanks woningen voor de arbeiders gebouwd. Yan werkt hier in de kolencentrale die elektriciteit voor de fabrieken produceert. De enorme schoorsteen en koeltorens zijn goed te zien vanuit zijn appartement, dat direct naast een rangeerterrein ligt. De hoorns van de treinen klinken dag en nacht. Even verderop staan scholen met sportvelden, allemaal door het bedrijf gebouwd. Direct naast de atletiekbaan staat een toren waar gas wordt afgefakkeld. ’s Avonds is de baan vrij toegankelijk en rent of wandelt de plaatselijke bevolking hier rondjes, bij voorkeur achteruit, wat dat is gezonder.

Ik ken Yan al een paar jaar. Hij had me uitgenodigd, en omdat ik graag ‘bij de mensen thuis’ kom ben ik op zijn uitnodiging ingegaan. Ik krijg al snel spijt. Niet alleen de zware industrie in deze wijk maken dit een smerig oord, ook op straat is het vies. Er staan open vuilcontainers, waar afval in, maar vooral ook naast wordt gegooid. En dan niet in gesloten zakken. Tel daar bij op het warme weer, en je hebt een penetrante lucht waarvan ik bijna over mijn nek ga. De vliegen en ander ongedierte vinden het zichtbaar heerlijk.

Ik zei altijd dat ik niet veel luxe nodig heb. Een duur vijfsterrenhotel vind ik zonde van het geld. Geef mij een bed en een douche, en ik ben tevreden. Daar kom ik bij deze op terug.

Niet alleen buiten, ook Yan’s appartement zelf is —hoe zeg ik dat vriendelijk?— niet al te proper. Ik moet toegeven dat ik ook niet zou weten waar ik moest beginnen. Hij huurt het, zoals gebruikelijk gemeubileerd, voor 450 yuan per maand (bijna € 53). De meubels zijn oud, het granieten keukenblad en de eveneens granieten douchebak zijn op diverse plekken gescheurd, en de toiletbril wordt met plakband bij elkaar gehouden.

Maar goed, ik ben hier te gast en wil niet onbeleefd zijn richting mijn gastheer. Dat wordt knop omzetten en doorbijten.

Het is niet voor het eerst dat ik dergelijke woonomstandigheden tegenkom. Eén van Qi’s ooms woont samen met zijn gezin ook in een afgeleefd bouwval. Arm zijn ze niet, maar ze sparen liever dan dat ze veel geld aan wonen uitgeven. Ik zorg altijd dat ik er niet naar het toilet hoef, en zei altijd dat ik zo spartaans niet zou kunnen leven. Nu moet ik wel.

In het begin heb ik wat moeite met mijn stoelgang. Nadat ik eerst provisorisch het toilet wat heb schoongemaakt blijft het plakband wat ongemakkelijk zitten. Maar als ik de kleur van het leidingwater zie, dat ik eerder, zij het gekookt, aan mijn instant noedels heb toegevoegd, vraag ik me af waarom ik nog niet spontaan aan de dunne ben geraakt. Gelukkig gebeurt dat later alsnog.

Net als ik na een paar dagen enigszins gehecht raak aan het gele leidingwater, houdt het ermee op. En geen water betekent jezelf niet kunnen wassen en de wc niet kunnen doortrekken. De storing begint aan de het einde van de ochtend. Als er ’s avonds laat nog steeds geen water is, trek ik het niet meer. Het ontbreken van water is de druppel. Het is bedompt, ik plak en voel me vies. Voor de rest van mijn verblijf hier in Nanjing verkas ik naar een hotel.

Ik ben nog nooit zo blij geweest met een miezerig straaltje water zoals dat hier in het hotel uit de douchekop komt. En te lang douchen kan niet, want dan stroomt de badkamer over. Morgen reis is naar Hangzhou, de laatste stop voor ik Qi’s ouders ga afhalen. Ik heb het hotel daar al gemaild dat ik wil upgraden van de standaard naar de luxe kamervariant.

(advertenties)

Etiquette

7 juli 2010, 8:41 (China 16:41)

Ik ben terug in Shanghai en heb afgesproken met Jin, een vriend uit Hangzhou, die graag naar de Expo wil. Hij is vooral geïnteresseerd in de Europese landenpaviljoens, en een Europese gids is dan natuurlijk een pre. Ik trotseer voor de laatste maal het slechte weer, waarvan ik inmiddels weet dat het Chinezen niet afschrikt, en de rijen die dus hoe dan ook lang zijn.

Bij de ingang van de Expo hangen spandoeken met leuzen die de bezoekers oproepen zich beschaafd te gedragen. “Toon een natie van etiquette” is één van de slogans. Maar al snel gaat het mis. Even verderop in onze rij horen we geruzie. Een moeder en haar zoontje zijn voorgedrongen, en een andere bezoekster maakt zich daar kwaad over. Minutenlang snauwen de dames elkaar allerlei verwensingen toe.

Voordringen komt vaker voor, en ruzies als gevolg daarvan ook. Een keer heb ik gezien dat de bewaking er aan te pas moest komen om twee kijvende wijven uit elkaar te houden. Maar wat ik opvallender vindt dan de ruzies is het gebrek eraan. Meestal wordt er van het voordringen niets gezegd. Men lijkt het niet eens op te merken. Ogenschijnlijk stoort men zich er in ieder geval niet aan.

Chinezen lijken over het algemeen minder rekening te houden met hun omgeving. Ze lijken zich er minder bewust van, en gedragen zich minder sociaal. Het is al wat keren voorgekomen dat ik een ambulance met loeiende sirene heb vast zien staan in het verkeer, zonder dat er ook maar één auto aan de kant ging. Er wordt hier ook wel gezegd dat het geluid van de sirene klinkt als ‘over, over’. Men hoort de sirene, dat kan niet anders, maar geeft de ingenomen plaats niet vrij.

Met hoeveel de Chinezen ook zijn, menig Chinees lijkt zich alleen op de wereld te wanen. En juist dat er zoveel Chinezen zijn, is hier wellicht de verklaring voor. Iemand die in het water is gevallen en dreigt te verdrinken, is het meest gebaat bij één individu aan de kant, en niet een hele groep. In de groep zal men eerder afwachten en naar elkaar kijken wie er springt, terwijl iemand die alleen is sneller een reddingspoging zal ondernemen. Iemand anders gaat wel aan de kant voor de ambulance.

Daarbij komt dat het hebben van een eigen mening in China niet wordt gestimuleerd, en de mate waarin men invloed kan uitoefenen beperkt is vanwege het politieke systeem. Jin vindt het maar niks dat de dames zo openlijk ruziën: “Wat moeten buitenlanders wel niet denken?” Je vraagt je af voor wie de slogans bedoeld zijn: alleen voor de mensen die willen voordringen, of ook de mensen die er iets van willen zeggen?