Etiquette
Ik ben terug in Shanghai en heb afgesproken met Jin, een vriend uit Hangzhou, die graag naar de Expo wil. Hij is vooral geïnteresseerd in de Europese landenpaviljoens, en een Europese gids is dan natuurlijk een pre. Ik trotseer voor de laatste maal het slechte weer, waarvan ik inmiddels weet dat het Chinezen niet afschrikt, en de rijen die dus hoe dan ook lang zijn.
Bij de ingang van de Expo hangen spandoeken met leuzen die de bezoekers oproepen zich beschaafd te gedragen. “Toon een natie van etiquette” is één van de slogans. Maar al snel gaat het mis. Even verderop in onze rij horen we geruzie. Een moeder en haar zoontje zijn voorgedrongen, en een andere bezoekster maakt zich daar kwaad over. Minutenlang snauwen de dames elkaar allerlei verwensingen toe.
Voordringen komt vaker voor, en ruzies als gevolg daarvan ook. Een keer heb ik gezien dat de bewaking er aan te pas moest komen om twee kijvende wijven uit elkaar te houden. Maar wat ik opvallender vindt dan de ruzies is het gebrek eraan. Meestal wordt er van het voordringen niets gezegd. Men lijkt het niet eens op te merken. Ogenschijnlijk stoort men zich er in ieder geval niet aan.
Chinezen lijken over het algemeen minder rekening te houden met hun omgeving. Ze lijken zich er minder bewust van, en gedragen zich minder sociaal. Het is al wat keren voorgekomen dat ik een ambulance met loeiende sirene heb vast zien staan in het verkeer, zonder dat er ook maar één auto aan de kant ging. Er wordt hier ook wel gezegd dat het geluid van de sirene klinkt als ‘over, over’. Men hoort de sirene, dat kan niet anders, maar geeft de ingenomen plaats niet vrij.
Met hoeveel de Chinezen ook zijn, menig Chinees lijkt zich alleen op de wereld te wanen. En juist dat er zoveel Chinezen zijn, is hier wellicht de verklaring voor. Iemand die in het water is gevallen en dreigt te verdrinken, is het meest gebaat bij één individu aan de kant, en niet een hele groep. In de groep zal men eerder afwachten en naar elkaar kijken wie er springt, terwijl iemand die alleen is sneller een reddingspoging zal ondernemen. Iemand anders gaat wel aan de kant voor de ambulance.
Daarbij komt dat het hebben van een eigen mening in China niet wordt gestimuleerd, en de mate waarin men invloed kan uitoefenen beperkt is vanwege het politieke systeem. Jin vindt het maar niks dat de dames zo openlijk ruziën: “Wat moeten buitenlanders wel niet denken?” Je vraagt je af voor wie de slogans bedoeld zijn: alleen voor de mensen die willen voordringen, of ook de mensen die er iets van willen zeggen?
7 juli 2010 om 8:46
Ik raak ook al ingeburgerd in China en zal net als hun maar zeggen: “Ik heb géén mening.”
Mocht een Chinees die wel hebben dan kan die er niets mee aangezien (bijna) alles toch wel wordt beslist zonder naar een mening te luisteren.
7 juli 2010 om 9:54
Las toevallig deze week een stukje over een gefrustreerde baas van General Electric. Zij deden al zolang moeite om op een ‘nette’ manier handelsrelaties op te bouwen in China. Kennisdelen, winstdelen etc. etc. Hij kreeg door de jaren heen steeds meer de overtuiging dat het aan etiquette (hij noemde het de wil om) lag waardoor eerlijk handel drijven niet mogelijk leek.
Begrijp het nu beter.
7 juli 2010 om 10:41
Ouderwets grappig en scherp. Je krijgt namens de Ronde Tafel een vaste positie als correspondent. Ik ga het stukje ook aan Qingmei voorleggen!
Maar het is er toch ook veel te druk, daar gaat niemand zich goed bij gedragen. Zet een half miljoen Hollanders in een rij en dan zul je wat beleven en met die warmte. Al verlangen die misschien minder naar een volgestempeld boekje.