Fietsen
De tijd dat fietsen het straatbeeld in China domineerden is lang voorbij. De gouden koe is ervoor in de plaats gekomen. Opvallend is dat in Hangzhou het fietsen wordt gepromoot. Op veel plekken in de stad staan leenfietsen die je met een chipkaart uit de klem kunt halen. Op een andere plaats kun je de fiets weer vastklemmen, waarna het verschuldigde bedrag van de chipkaart wordt gehaald.
Mijn hotel biedt ook fietsen aan, dus ik ga voor die optie. Er is alleen nog een damesfiets beschikbaar. Of ik dat erg vind, vraagt de receptioniste. Zou een buitenlander op een damesfiets nog meer bekijks trekken dan een buitenlander op een herenfiets? Vast niet.
Het is een typische Chinese fiets: klein, met het zadel op de laagste stand. De remmen van mijn fiets piepen meer dan remmen. Dat is mooi meegenomen, denk ik aanvankelijk, want de bel aan het stuur maakt totaal geen indruk op mijn medeweggebruikers. Maar al snel kom ik er achter dat de piepende remmen dat evenmin doen. Voetgangers die zonder te kijken oversteken, of andere fietsers die zonder te kijken opeens besluiten aan de andere kant van het fietspad te gaan rijden — ze vertrekken geen spier bij het snerpende, indringende geluid dat mijn remmen produceren. De blik is alleen gericht op de kant waar men heen moet. Verder laten de verkeersregels zich kort samenvatten: de sterkste neemt voorrang, en daar anticipeert reageert de rest op.
En daar rij ik dan, op mijn stalen ros. In het begin steek ik nog wat schichtig de drukke kruispunten over. Ik fiets langs het Westmeer, en al snel bevind ik me in de heuvels rond het meer, tussen de theeplantages. Rust. Als je hier bent snap je waarom Hangzhou de mooiste stad van China wordt genoemd. “Hemel op aarde”, zoals de Chinezen zeggen.
Kracht zetten is wat lastig als je knieën bijna het stuur raken, dus ik loop een groot stuk naar boven, al uitkijkend naar de rit naar beneden. Die loop ik echter ook grotendeels, om maar niet al piepend de heuvel af te suizen. Eenmaal terug in de stad begeef ik me als een echte Chinees in het verkeer. Ik fiets tegen het verkeer in, en schrik me niet langer het leplazarus als er vlak achter me een auto claxonneert. Ergens best wel stoer, zo op mijn kinderfiets.
13 juli 2010 om 8:54
Briljant verhaal, en erg herkenbaar: herinner me nog mijn dagelijkse fietsrit van appartement naar fabriek tijdens mijn Suzhou ‘expat’ verblijf in 2006. Op de door voetgangers drukbevolkte fietspaden stapte men uiteindelijk pas na luid geschreeuw van mij opzij…maar wel dus pas op het aller-, allerlaatste moment, en naar ik vermoed verbaasd over zo’n krijsende buitenlander op een klein damesfietsje (ja, ik ook :)
Goede vlucht terug donderdag !
13 juli 2010 om 10:35
Ik zie het al helemaal voor me, jij op een klein damesfietsje.
Je had een toeter mee moeten nemen of een schel fluitje.
Wat hebben we dan een hoop verkeersregels hier.
Misschien had je ook nog een klein helmpje op moeten zetten.
13 juli 2010 om 22:15
Wel stoer dat je in zo’n —toch vrij onbekende omgeving— maar gewoon bent gaan fietsen. Hoe ‘onstoer’ het er ook uit heeft moeten zien. :-) Volgens mij heb je weer veel onvergetelijke momenten beleefd deze dagen/weken in China.
15 juli 2010 om 11:20
Ja Gerry heeft gelijk, vuvuzela’s zijn er nu in overvloed.