Made in China

Archief van de categorie 'Bezienswaardigheden'

Expo-stempels

27 juni 2010, 4:26 (China 12:26)

Iemand die nietsvermoedend op het terrein van de Expo in Shanghai belandt, niet wetende wat een wereldtentoonstelling is, en op basis van het gedrag van de bezoekers zou moeten zeggen wat er gaande is, zou denken dat het om stempels draait.

Dagelijks bezoekt om en nabij een half miljoen mensen, bijna uitsluitend Chinezen, de Expo. Gisteren is een nieuw record gevestigd met 553.500 bezoekers. In de weken direct na de opening op 1 mei bleven de bezoekersaantallen nog ver achter bij de verwachting, met een dieptepunt van nog geen negentigduizend op 5 mei. Aanvankelijk leidde dat tot twijfels of het verwachte totaal aantal bezoekers van zeventig miljoen wel gehaald zou worden. Maar als het in het huidige tempo doorgaat komt men daar op 31 oktober, als de Expo sluit, zelfs ver overheen. De stand staat inmiddels op bijna twintig miljoen.

Een groot deel van de Chinese bezoekers loopt rond met een soort paspoort, dat te koop is voor 30 yuan (ongeveer € 3,60). Het doel is het paspoort te vullen met stempels, van elk land of paviljoen één. En voor sommige bezoekers lijkt dat ook meteen het enige doel te zijn: zoveel mogelijk stempels verzamelen.

Om de stempels te bemachtigen moet men wel het een en ander doorstaan. Met de nadruk op ’staan’. Voor sommige stempellocaties paviljoens staan lange rijen, met wachttijden oplopend tot negen uur. ’s Avonds zijn de rijen korter en zit er meer beweging in. Een deel van de bezoekers maakt van de kortere wachttijden gebruik om snel wat stempels te scoren. Eenmaal binnen spoed men zich dan naar de uitgang, alwaar het begeerde stempel wacht. Sommigen lopen rond met meerdere paspoorten, omdat men de taken verdeeld heeft met vrienden, of om de paspoorten uiteindelijk te verkopen. Want volle paspoorten zijn veel geld waard. Ze worden op internet aangeboden voor zo’n 5000 yuan, bijna € 600.

Xin, een bevriende Shanghainees, heeft de Expo één keer bezocht. Wat hem betreft blijft het daar bij: “Je moet uren wachten om een paviljoen binnen te komen, dan zie je een film op een groot projectiescherm, en tien minuten later sta je weer buiten.” En voor veel paviljoens is dat inderdaad waar het zo ongeveer op neerkomt: de bouwwerken zien er indrukwekkend uit, maar eenmaal binnen valt het tegen.

De bouwwerken maken wel veel goed, en qua inhoud zijn er ook zeker positieve uitzonderingen. Het Expo-terrein is ruim 5 vierkante kilometer en er is genoeg te zien. Helaas voor mij hebben lange rijen op menig Chinees een aanzuigende werking. Als de rij lang is, dan zal het het wachten wel waard zijn, zo redeneert men. Ik ben nu twee keer naar de Expo geweest, een keer overdag en een keer ’s avonds. Vandaag ga ik weer. Het is regenseizoen in Shanghai, waardoor het hemelwater soms de hele dag onafgebroken naar beneden komt. Vandaag lijkt zo’n dag te worden. Het onweert nu zelfs. Zou dat Chinezen wel afschrikken…?

(advertenties)

Het Bloedbad van Nanjing

20 augustus 2009, 9:59 (China 17:59)

Nanjing werd in 1937 ingenomen door de Japanners, die in de zes daaropvolgende weken naar schatting driehonderdduizend krijgsgevangen en voornamelijk burgers afslachten. Tienduizenden vrouwen werden verkracht, verminkt en vermoord. Japanse soldaten sneden de buik van zwangere vrouwen open, gooiden de foetus in de lucht, en probeerden deze vervolgens op te vangen met hun bajonet. Mannen werden naar de rivier de Yangtze gedreven, en daar neergeschoten met machinegeweren. Duizenden werden in greppels geëxecuteerd. Anderen dienden als levend materiaal voor bajonettraining. Kinderen en bejaarden incluis. Mensen werden levend begraven, verbrand, onthoofd…

De gebeurtenissen in Nanjing bepalen nog steeds de relatie tussen China en Japan, zo legt een Chinese vriend uit. “De Duitsers hebben tenminste excuses aangeboden voor wat ze hebben gedaan in de oorlog! Maar veel Japanners ontkennen nog steeds dat er een massaslachting heeft plaatsgevonden, of ze zeggen dat het aantal doden schromelijk is overdreven.” Bezoeken van Japanse premiers aan een schrijn waar ook een aantal belangrijke oorlogsmisdadigers worden vereerd, zorgden meerdere keren voor een politieke rel en het oplopen van de spanningen tussen beide landen.

Dit jaar werden twee Chinese films geproduceerd over dit thema, waarvan één net was uitgekomen tijdens ons vorige bezoek. We hebben de film hier in de bioscoop gezien. Er was geen Engelse ondertiteling, maar de beelden zeiden genoeg. In het Westen wordt dit zeker geclassificeerd als zijnde ‘niet geschikt voor 16-’. In onze bioscoopzaal daarentegen zaten meerdere ouders met kleine kinderen. Blijkbaar willen deze ouders dat hun kinderen er goed van doordrongen zijn welke gruwelijkheden zich hebben voorgedaan.

Ook in het Herdenkingscentrum van het Bloedbad van Nanjing laten de beelden weinig aan de verbeelding over. Als Japanner zou ik me hier niet durven vertonen. Vlakbij het centrum ligt een massagraf met naar schatting tienduizend lijken. Het graf is deels geopend. In een aantal schedels zit het gat van een grote spijker; een andere manier om mensen om het leven te brengen. Sommige van de beenderen zijn duidelijk van baby’s en kleine kinderen.

Voordat ik naar Nanjing kwam, las ik het dagboek van John Rabe, een Duitse nazi die ten tijde van de inname in Nanjing woonde en werkte. Hij slaagde erin een veiligheidszone te creëren waar tweehonderdduizend Chinezen de slachtpartij min of meer ongeschonden konden overleven. Zijn huis staat er nog steeds. Het voelt onwerkelijk om erin rond te lopen, evenals in de omliggende tuin, waar alleen al zeshonderd Chinezen hun toevlucht zochten.

“Ik hou niet van Japanners”, zegt de Chinese vriend. Ik vraag hem waarom er juist nu zoveel aandacht is voor het Bloedbad van Nanjing. Volgens hem heeft het te maken met de stichting van de Volksrepubliek China, dit jaar 60 jaar geleden. “China is sterk geworden, en moet sterk blijven, om niet opnieuw zo gekwetst en vernederd te worden.”

Naar Chengde

7 augustus 2009, 1:02 (China 9:02)

Ik word wakker van het getoeter van auto’s. Het is tegen zessen, en gisteravond ben ik vergeten het raam dicht te doen. Mijn hotelkamer ligt op de 22e verdieping, maar het getoeter —dat rond twee uur ’s nachts stopt en ongeveer twee uur later weer begint— hoor je er niet minder om. Het hotel ligt aan het centrale plein van Chengde, een stad zo’n 260 kilometer ten noordoosten van Beijing. Op het plein is ondanks de vroegte al een groep oudere mensen bezig met tai chi. En ik hoor marktlui hun koopwaar al aanprijzen.

Chengde is bekend om het resort, waarvan de naam letterlijk betekent: ‘resort in de bergen om de hitte te vermijden’. In het resort is het tenminste drie graden koeler dan in de stad zelf. Keizers van de Qing dynastie bouwden hier een tuin van bijna zes vierkante kilometer, inclusief paleizen en andere administratieve en ceremoniële gebouwen, vanwaaruit het land werd geregeerd als het in Beijing te warm was. De beste tijd om het resort te bezoeken is nu, niet alleen vanwege de aangename temperatuur, maar ook omdat de lotusbloemen in bloei staan. Er zijn plaatsen in het park waar je het idee hebt naar een perfect schilderij te kijken. Helemaal feng shui, zeg maar.

Vanuit Beijing kom je hier het snelst met de bus. Officieel duurt de reis zo’n vier uur, maar de precieze tijdsduur is afhankelijk van hoe snel de bus vol is (pas dan vertrekt ‘ie) en de staat waarin de bus verkeert. Mijn bus gaf zo’n vijf uur na vertrek en zo’n 20 kilometer voor aankomst de geest. Maar gelukkig bleek de chauffeur ook bussen te kunnen repareren. Een kwartiertje later had hij ‘em weer aan de praat, zijn armen zwart van de smeerolie.

Mao’s mausoleum

1 augustus 2009, 10:10 (China 18:10)

Eerder lukte het steeds niet Mao te zien. Zijn mausoleum was slechts enkele dagen per week geopend, en ik was er altijd op de verkeerde dagen. De vorige keer dat we in Beijing waren werden zowel gebouw als lijk opgekalefaterd in aanloop naar de Spelen. Sindsdien zijn de openingstijden verruimd.

Een paar maanden na Mao’s dood in 1976 werd begonnen met de bouw van het mausoleum. De materialen waren afkomstig uit heel China, evenals de 700.000 vrijwilligers die hielpen bij de bouw. Het schijnt dat de vrijwilligers vooral propagandadoeleinden en weinig bijdroegen aan de daadwerkelijke bouw. De vrijwilligers vormden een menselijke ketting en gaven de bouwstenen aan elkaar door. De volgende dag kwam er andere groep die hetzelfde deed, en de stenen weer naar de oorspronkelijke plaats overbracht. Het imposante gebouw was (desondanks) een half jaar later klaar. Het staat midden op het Tain’anmen Plein. Voor het mausoleum staat een rij, die begint aan de zijkant, en loopt via de achterkant. Er staan zo’n 6.000 mensen te wachten om naar binnen te mogen.

China beschikte niet over de benodigde kennis en materialen om Mao’s lichaam te balsemen en de kristallen kist te vervaardigden om het in te bewaren. De Sovjet-Unie had deze wel, maar de relatie tussen China en de Sovjet-Unie was dusdanig verslechterd dat China de Sovjet-Unie niet om hulp kon vragen. Noodgedwongen moesten bepaalde technologieën opnieuw worden uitgevonden. Bij de bouw van de kristallen kist hielp een foto van de doodskist van Lenin, die door de de Chinese ambassade in Moskou naar China werd gefaxed.

De expertise die nodig was voor de balseming werd verworven via andere communistische staten, die deze eerder van de Sovjet-Unie overgedragen hadden gekregen. Hoe goed die expertise was valt te bezien. Het lijk oogt wat als een wassen beeld. Het gerucht gaat dat er naast het echte lijk een wassen variant is, en dat beide om beurten worden getoond. Dat gerucht wordt nog eens aangewakkerd door de suppoosten, die je aansporen snel langs de baar te lopen, zodat je niet echt goed kunt kijken. Voor je het weet sta je in de souvenirwinkel, direct achter de baar. Maar ik heb ‘m gezien. Tenminste…als het de echte was.

Toeval

24 februari 2008, 2:28 (China 10:28)

We zijn in Beijing. Gistermorgen zijn we aangekomen met de nachttrein, en hebben we onder meer het nieuwe Nationale Grote Theater bezocht. Het theater —vanwege haar vorm ook bekend als ‘het ei’— is een enorme titanium/glazen ovalen halve bol, volledig omgeven door water, waardoor het lijkt alsof de bol op het water drijft. De ingang ligt onder straatniveau. Sommigen waren tegen de komst van dit hypermoderne gebouw, omdat het contrast met de omgeving (de Verboden Stad, Tian’anmen, de Grote Hal van het Volk) te groot zou zijn. Ik hou er wel van, dat contrast in combinatie met een minimalistisch ontwerp. Qua grootte past het theater in ieder geval wel in haar omgeving; het gebouw heeft een oppervlakte van 200.000 m2 en biedt plaats van 6500 mensen.

Groot is ook het nieuwe Nationaal Stadium, met een capaciteit voor 100.000 mensen. Het stadium is gebouwd voor de Spelen later dit jaar, en ‘gevlecht’ van 36 kilometer staal. Net een vogelnestje, wat dus ook de bijnaam van het 45.000 ton wegende bouwwerk is. Evenals het theater een architectonische hoogstandje. Een geweldig gebouw!

Zo meteen verlaten we Beijing alweer, en vliegen we terug naar Nederland. Dit bezoek was nog korter dan mijn eerste bezoek aan Beijing, dat nog geen 48 uur in beslag nam. Cees-Jan, een vriend die als steward voor KLM werkt, vroeg me in december 2005 of ik later die maand eventueel meewilde naar Beijing. Bij uitzondering mocht hij iemand meenemen terwijl hij zelf werkte, als er tenminste een stoel beschikbaar was. Voorheen had ik geen speciale interesse in China, wist weinig over het land, had geen plannen om erheen te gaan, maar kwam er dus min of meer toevallig terecht. En waar dat nog toe heeft geleid…

Nu zijn we weer min of meer toevallig kort in Beijing. Dinsdag heeft Qi zijn sollicitatiegesprek. Laten we zien wat de toekomst verder in petto heeft.

(advertenties)

Chinese snelheid

21 februari 2008, 16:40 (China 0:40 +1)

“Stond daar de vorige keer niet nog een gebouw?” Sinds ons vorige bezoek aan Shanghai (nog geen acht maanden geleden!) zijn er twee nieuwe metrolijnen geopend met elk om en nabij de 25 stations. Shanghai heeft nu 160 metrostations. In 2010 zullen dat er 280 zijn. Er wordt gesloopt en vooral gebouwd. De Jin Mao toren (420 meter, 88 verdiepingen) is inmiddels overtroffen door het Shanghai World Financial Center (492 meter, 101 verdiepingen). Toen ik voor het eerst in Shanghai was, in 2006, was net de fundering gelegd.

Er is nog geen definitieve keuze gemaakt voor het ontwerp van een nóg hogere wolkenkrabber, die tenminste 560 meter hoog zal zijn. (Let op: geen keuze gemaakt voor het ontwerp. Dat betekent: nog niet begonnen met de bouw.) Zeker is al wel dat de toren zal worden opgeleverd in 2010, over twee jaar.

“Ik kom eraan!”

18 april 2007, 8:04 (China 16:04)

Het stadsdeel Pudong, ten oosten van de Huangpu-rivier, bestond twee decennia geleden nog vooral uit landbouwgrond. Nu staat het er vol met wolkenkrabbers en is Pudong het financiële en commerciële centrum van China, met de ambitie om het centrum van heel Azië te worden. De Jin Mao toren telt 88 verdiepingen en is met ruim 420 meter nu nog het hoogste gebouw in China. Het is bijna ingehaald door het naastgelegen Shanghai World Financial Center, dat bij voltooiing 101 verdiepingen telt en 492 meter hoog is. Ruim 10% van ’s werelds hoogste gebouwen staat inmiddels in Shanghai, en dat percentage zal de komende jaren alleen maar toenemen. De huur-/koopprijzen per vierkante meter behoren eveneens tot de hoogste ter wereld.

Het gebouw waarin wij wonen telt 26 verdiepingen. Wij wonen op de negende. Of de achtste, als je op de Nederlandse manier telt. De begane grond zien Chinezen namelijk als de eerste verdieping. Elke morgen horen we “wǒ lài le!” Het is de handelaar die oude elektrische apparaten opkoopt, en op zijn bakfiets al roepend tussen de hoge woontorens doorrijdt. “Ik kom eraan!”

Hutongs

14 april 2007, 6:34 (China 14:34)

Ons hotel is gevestigd in een hutong, een wijk met smalle straatjes. Hutongs waren typerend voor Beijing, maar velen zijn of worden gesloopt om plaats te maken voor grote, moderne kantoorcomplexen, winkelcentra en woontorens. Het hotel is nieuwbouw, maar heeft een traditionele architectuur. Zo staat het gebouw ten noorden van een binnenplaats en heeft een oost- en westvleugel. Ten zuiden van de binnenplaats staat een muur met de toegangspoort. De oude huizen hadden alleen ramen aan de binnenplaats die —voornamelijk gericht op het zuiden— optimaal gebruik maakten van de warmte van de zon. De blinde buitenmuur beschermde tegen de kou.

De afgelopen dagen zijn we onder meer naar de keizerlijke paleizen en tempels geweest. Het contrast met de hutongs is groot, want de keizerlijke complexen zijn allesbehalve klein. Zo beslaat de Verboden Stad een oppervlakte van 101 hectare en wordt omringd door een brede gracht en een ruim 10 meter hoge muur. Het zal echter geen toeval zijn dat de vele hallen eveneens op het zuiden gericht zijn.