Made in China

Archief van de categorie 'Politiek'

Censuur

13 augustus 2010, 9:50 (China 17:50)

Qi’s ouders hebben —zoals de meeste Chinezen— weinig interesse in politiek. Ze houden zich er niet mee bezig omdat het iets is waar ze toch weinig of geen invloed op kunnen uitoefenen. Er zijn geen verkiezingen, en hoe de macht binnen de alleenheersende Communistische Partij wordt verdeeld is vooral een raadsel. Qi’s moeder is wel lid van de Communistische Partij, maar dat is ze vooral om pragmatische redenen. Zo komen partijleden bijvoorbeeld doorgaans in aanmerking voor betere banen.

Hoewel de politici niet democratisch worden gekozen, kan de Chinese overheid rekenen op veel steun onder de bevolking. Ruim vier op de vijf Chinezen geven aan zij hun overheid meestal of altijd vertrouwen. In alle Westerse democratieën is eerder het tegenovergestelde het geval. Maar, de criticus zegt dan natuurlijk dat de positieve Chinese cijfers het gevolg zijn van censuur en propaganda. Want als een Chinees het eens is met het partijstandpunt dan is hij gehersenspoeld, als hij het ermee oneens is dan heet dat een eigen mening.

Nederland staat vaak voorop als het erom gaat China te wijzen op het gebrek aan democratie en mensenrechten. En ondanks het gebrek aan interesse moest ik mijn buitenlandse gasten daarom toch wel iets van de Nederlandse parlementaire democratie laten zien. Daarom werd in de toer door Den Haag ook het Binnenhof opgenomen: de plaats waar het wijzende vingertje altijd vandaan komt.

Tegen het oude gedeelte van het Binnenhof staat artikel 1 van de Grondwet in marmer uitgehakt: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in alle gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Ik zou daar mijn verhaal beginnen over het parlement. Op die plaats kijk je vanaf de straat door een glazen wand zo in de wandelgangen rond de plenaire vergaderzaal van de Tweede Kamer. Ik zou vertellen dat het glas openheid symboliseert, dat hier —anders dan in China— geen enkele partij de absolute macht heeft, en dat er voor nieuwe regeringen altijd coalities moeten worden gevormd door rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordigers. En voor het gebouw van de Eerste Kamer zou ik dan uitleggen dat daar op dat moment in achterkamertjes wordt onderhandeld over een marionettenkabinet waar één man aan de touwtjes trekt een minderheidskabinet, met gedoogsteun van een vereniging met één lid partij die discrimineert en af wil van het gelijkheidsbeginsel.

Om het verhaal enigszins consistent en begrijpelijk te houden, heb ik een en ander uiteindelijk maar wat gecensureerd vereenvoudigd.

(advertenties)

Melkpoeder

24 april 2009, 7:06 (China 15:06)

Qi’s ouders staan dagelijks uren in de keuken. Zowel bij de lunch als het diner staan er minimaal zes, maar vaak acht, tien of nog meer gerechten op tafel. Het is vaak passen en meten om alle borden, schalen en kommen een plaats te geven. Vanavond heeft Qi’s moeder Chinese kool gemaakt. Eigenlijk wilde ze de kool niet klaarmaken, want het is een goedkope groente, die vooral door armere mensen wordt gegeten. Chinese delicatessen als kikker en schildpad zijn echter niet aan mij besteed. Maar ze zijn duur en exclusief, en juist daarom zet je ze aan gasten voor. Niet zoiets ordinairs als kool.

Naar Chinese begrippen ben ik een lastige en goedkope eter. Voordat we bij familie gaan eten hoor ik Qi’s vader altijd aan de telefoon vragen beantwoorden, over wat ik wel en niet eet. En ondanks dat er dan nog steeds tig gerechten op tafel staan, vinden mijn disgenoten dat ik niet gevarieerd genoeg eet. Terwijl ik hier vaak op één dag gevarieerder eet dan in Nederland in een hele week.

Ten behoeve van de variatie kwam de kool er toch. Qi werkt —zoals gebruikelijk— drie kommen rijst weg. De goedkope kool en Qi’s enorme eetlust brengen het gesprek op vroeger. Toen Qi geboren werd, 25 jaar geleden, waren bijna alle levensmiddelen op de bon. Hetzelfde gold voor kleding en schoeisel. Er was een standaard aantal bonnen per persoon. Een deel van de bonnen kreeg je, een ander deel moest je kopen. Met geld betalen in winkels was onmogelijk.

Qi’s moeder had na de geboorte geen moedermelk. En omdat iedereen standaard was, en moeders standaard wél borstvoeding kunnen geven, waren er geen bonnen voor melkpoeder. Melkpoeder was sowieso niet te krijgen in een provinciestad als Shangyu. Uiteindelijk leenden Qi’s ouders melkpoeder van de buurvrouw. De buurvrouw had net een dochter gekregen, haar familie had connecties in Shanghai, en daar was wel melkpoeder voorhanden.

Er was wel zwarte handel, maar zeer beperkt. De straffen waren hoog. Qi’s opa werd gepakt terwijl hij bouwmaterialen verhandelde. Hij werd bestempeld als een kapitalist en een maand naar een heropvoedingskamp gestuurd, met als doel hem te hersenspoelen zodat hij het communisme kritiekloos zou aanvaarden. Kort nadat hij vrij kwam kreeg hij een herseninfarct en overleed hij.

Opa had al eerder problemen gehad met de overheid. Tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976) werd opa’s broer opgepakt wegens staatsondermijnende activiteiten. De broer betaalde steekpenningen, kwam vrij, en wees in ruil opa als schuldige aan. Opa werd daarop bestempeld als een ‘contrarevolutionair element’. Hij kreeg een puntmuts op, en moest een bord om zijn nek dragen, waarop zijn misdaden stonden vermeld. Zijn handen werden vastgezet in een zwaar houten blok. En zo werd hij dan urenlang publiekelijk tentoongesteld. Ook later werd hij nog meerdere keren voor onbepaalde tijd vastgezet, maar kwam steeds weer vrij. Na de Culturele Revolutie werd hij gerehabiliteerd. Zijn naam werd vermeld op een plakkaat. Daar moest hij het mee doen.

Als je vandaag de dag in China komt, is het moeilijk voor te stellen dat dergelijke praktijken dertig à veertig jaar geleden gemeengoed waren. Velen die als ‘contrarevolutionair element’ werden gekwalificeerd pleegden zelfmoord of ‘verdwenen’. Er heerste hongersnood, en nog tot lang na de Culturele Revolutie was er schaarste.

Qi’s ouders konden de buurvrouw, die hen het melkpoeder ‘leende’, destijds geen melkpoeder teruggeven. Nu is de dochter van de buurvrouw onlangs bevallen. In onze koffer, vanuit Nederland: twee blikken melkpoeder.

Nummerborden

24 juni 2007, 8:15 (China 16:15)

In zijn streven naar collectivisme wilde Mao persoonsnamen afschaffen, en vervangen door een volgnummer. Het schijnt er niets mee van doen te hebben, maar de ‘nummerborden’ die tegenwoordig door personeel gedragen worden komen mij weinig individualistisch over. Op de bordjes staat namelijk geen naam, maar alleen een nummer, omdat dit makkelijker te begrijpen en te onthouden zou zijn dan de vele karakters.

Net zoals bij nummers van gebouwen en verdiepingen worden bij de nummerborden sommige getallen overgeslagen. Zo zal een Chinese glazenwasser niet graag aan een 88 verdiepingen tellende wolkenkrabber bungelen met de cijfercombinatie 514 op zijn nummerbord, omdat dit klinkt als ‘ik wil dood’. Het cijfer vier komt sowieso weinig voor. De zeven wordt minder vaak gemeden, ondanks dat ook dit cijfer in verband wordt gebracht met de dood. Bij een crematie staan vaak zeven gerechten op tafel, en een rouwperiode duurt zeven keer zeven dagen, waarbij op elke zevende dag een ritueel plaatsvindt.

Gisterenavond, weer terug in Shanghai, werd Qi bij de voetmassage behandeld door nummer 58 (‘ik ben/word rijk’). Mijn masseuse had als nummer 7 een minder begerenswaardig nummerbord. Maar het tengere Chinese meisje was toch best wel stoer, dankzij de twee voorloopnullen.

Rode cijfers

22 juni 2007, 9:06 (China 17:06)

Qi’s vader is actief in de aandelenhandel, momenteel een hype in China. Laatst wilden we afspreken met een groep vrienden, maar één vriendin kon niet omdat ze met haar aandelen aan de gang moest. Regelmatig gaat Qi’s vader naar de beurs, waar computers staan voor de koop en verkoop van aandelen, en grote schermen hangen die de actuele koersen weergeven. Voor de schermen staan banken in rijen opgesteld, waarop de beleggers luid met elkaar in discussie zijn over waarin te investeren.

Opvallend is dat de positieve cijfers in het rood, en de negatieve cijfers in het groen worden weergegeven. Rood heeft hier immers een positieve betekenis. Daarom vond Mao het onlogisch dat men moest stoppen voor een rood stoplicht. Hij besloot daarop dat rood voortaan ‘doorrijden’ betekende. De beslissing werd een paar dagen later alweer teruggedraaid, omdat het tot een enorme chaos in het verkeer leidde. Wat zou een Chinese automobilist tegenwoordig zeggen, als hij gepakt wordt voor door rood licht rijden? “Mao zou het zo gewild hebben”?

Mao had het blijkbaar niet zo op groen. Hij vond dat gras met wortel en al verdelgt moest worden, omdat het iets was van de burgerij, en niet van de arbeidersklasse. En dus was je een goede communist als je graspollen uit de grond trok. Ook deze actie is uiteindelijk niet geslaagd gebleken. Het standpunt van de Chinese overheid is dat Mao “zeventig procent goed, en dertig procent slecht” heeft gedaan. De Communistische Partij zal Mao niet verder ter discussie stellen, omdat ze daarmee ook zichzelf ter discussie stelt. Men kan de waarheid geen eer aan doen zonder gezichtverlies te leiden.

Na weken met scherpe koersdalingen staan er nu weer overwegend rode cijfers op de schermen. De stemming is goed in kapitalistisch communistisch China.

Communistisch gedachtegoed

20 juni 2007, 8:18 (China 16:18)

Qi’s grootouders kregen drie kinderen. Qi’s moeder was het tweede kind en eveneens het tweede meisje. Haar ouders hadden liever een jongen gehad. Meisjes behoren na hun trouwen toe aan de familie van hun man en zorgen voor diens ouders. Meisjes kosten dus vooral geld, en leveren op de langere termijn niets op. Qi’s moeder kreeg wel een naam, iets wat een paar decennia eerder niet gebeurd was. Toen was ze simpelweg “tweede dochter van Ni” genoemd. Haar moeder kan de geboortedatum niet precies herinneren. Alleen de maand en het jaar. Gelukkig was het derde kind een jongen.

Qi’s moeder werd belast met de zorg voor haar oudere zus en jongere broertje, die naar school mochten terwijl zij het huishouden deed en op het land werkte. Haar ouders vertrokken naar Shanghai om daar geld te verdienen. Er heerste grote hongersnood als gevolg van de Grote Sprong Voorwaarts, een campagne van Mao die arbeidsintensieve industrialisatie moest bevorderen in plaats van de opbouw van kapitaal en de aanschaf van grote machines. In plaats van nieuwe fabrieken te bouwen werd de plattelandsbevolking georganiseerd in communes, die werden gedwongen staalovens in hun achtertuin te plaatsen. Ideologische zuiverheid was belangrijker dan expertise. De geproduceerde staal was dan ook slecht van kwaliteit en onbruikbaar. De campagne werd teruggedraaid en boeren konden zich weer op hun eigenlijke werk richten. Ondertussen waren naar schatting 40 miljoen Chinezen de hongerdood gestorven.

Qi’s moeder slaagde erin lid te worden van de Communistische Partij. Dat was en is geen kwestie van even een lidmaatschapskaart invullen. Het aspirant lid moet van onbesproken gedrag zijn en meerdere examens afleggen om aan te tonen dat hij/zij het communistisch gedachtegoed eigen is. De leden van de Communistische Partij vormen immers de voorhoede van het volk. Door haar partijlidmaatschap kwam Qi’s moeder in aanmerking voor betere banen. Ze heeft nu een leidinggevende functie op een middelbare school, waar ze de conciërges aanstuurt. Voor banen op scholen is partijlidmaatschap vaak vereist. De school is immers dé plaats waar het communistisch gedachtegoed moet worden uitgedragen.

Mao zei: “Hoe meer mensen, des te sterker we zijn.” Deze communistische gedachte werd na zijn dood ‘bijgesteld’ in de vorm van de één-kind-politiek. De gelijkheid tussen mannen en vrouwen werd hierbij nog eens benadrukt. Als iemand die gedachte kan uitdragen dan is het Qi’s moeder wel, lijkt me.

(advertenties)

Mensenrechten

16 juni 2007, 6:16 (China 14:16)

“O, een buitenlander!?” De mevrouw van het hotel was wat verbaasd toen ze de kamer binnenliep. Qi en zijn vader hadden tevergeefs geprobeerd de airconditioning aan de praat te krijgen. “Uw zoon zal wel dankbaar zijn dat hij een buitenlander als vriend heeft”, merkte ze terloops op, al zoekend naar de afstandsbediening.

Buitenlanders zijn nog steeds een unicum in Shangyu. Tot dertig jaar geleden was contact met buitenlanders in China verdacht, en werd men als mogelijke spion gezien. Daarbij was het voor Chinezen bijna onmogelijk om het land uit te reizen. De rest van de wereld —met Nederland in de voorhoede— sprak er schande van. Mensenrechten enzo.

Tegenwoordig kunnen Chinezen het land wél verlaten. Tenminste…als ze een visum kunnen krijgen voor het land waar ze heen willen. Nu is het niet langer China, maar de rest van de wereld —met Nederland in de voorhoede— die het de Chinezen vaak onmogelijk maakt hun land uit te reizen. Buitenlandse vrienden kunnen soms helpen. Maar zelfs als die “buitenlandse vriend” je partner is, heb je in Nederland vaak niet het recht om samen te zijn. Mensenrechten enzo.

Sociale stabiliteit

4 juni 2007, 16:04 (China 0:04 +1)

Vandaag is het 18 jaar geleden dat de opstand op het Tian’anmen Plein werd neergeslagen. De Chinese overheid ontkent dat er als gevolg van het geweld doden zijn gevallen. De opstand vormde een bedreiging voor de sociale stabiliteit, en daarmee voor de economische groei, waarmee het neerslaan ervan door de regering wordt gerechtvaardigd. Voor het voortbestaan van de Communistische Partij is economische groei essentieel. Economisch groei zorgt immers voor tevreden burgers, en tevreden burgers maken geen revolutie.

Het is echter lastig te beoordelen of de beslissing tot het neerslaan van de opstand is genomen uit zelfbehoud, of dat men werkelijk het belang van het volk voor ogen had. De levensstandaard van het merendeel van de Chinezen is de laatste decennia inderdaad sterk verbeterd. De transformatie van een plan- naar een markteconomie kan succesvol worden genoemd, zeker in vergelijking met bijvoorbeeld de voormalige Sovjet-Unie. Ongetwijfeld was dit zonder sociale stabiliteit onmogelijk geweest.

Politieke hervormingen die het voortbestaan van de partij in gevaar brengen, dan wel de sociale stabiliteit bedreigen, worden in ieder geval niet getolereerd. Het is natuurlijk onmogelijk om gebeurtenissen als de opstand van 1989 volledig geheim te houden. Veel Chinezen weten dan ook wel dat er ‘wat’ gebeurd is, maar de bijbehorende beelden kennen ze niet. De media berichten er niet over, en internet wordt gefilterd. Zo las ik laatst op een Nederlandse website dat het portret van Mao op Tian’anmen korte tijd in brand had gestaan. Het zou aangestoken zijn door een man die eerder was behandeld voor een psychische stoornis. De bron van het bericht was het Chinese persbureau Xinhua. Desondanks werd er in de Chinese media geen melding van gemaakt. De overheid was in ieder geval voorbereid. Het portret —dat licht beschadigd was— werd binnen een dag vervangen door een duplicaat.

Personeel

12 mei 2007, 17:12 (China 1:12 +1)

De arbeidsdeling zal deels het gevolg zijn van het politieke systeem in China, maar het is vooral een noodzaak vanwege de enorme bevolkingsomvang. Een van de grootste uitdagingen voor de overheid is het scheppen van voldoende banen voor het nog steeds groeiende aantal Chinezen.

Het aantal personeelsleden blijft me soms verbazen. De apotheek in het winkelcentrum vlakbij ons appartement heeft een oppervlakte van hooguit 30 à 40 vierkante meter. Toch staat men er met twaalf man sterk achter de toonbanken. Elk personeelslid is verantwoordelijk voor een deel van het assortiment. Je vraagt aan een willekeurige medewerker naar het gewenste product (iedereen weet —wonder boven wonder— wel waar alles ligt), je wordt doorverwezen naar de juiste toonbank, die bijbehorende medewerker schrijft een bonnetje, met dat bonnetje ga je naar de kassa, de kassier stempelt na betaling het bonnetje af, waarmee het product kan worden afgehaald bij de eerdergenoemde medewerker.

Ook zijn er banen waarvan het nut me soms ontgaat. Een goed voorbeeld daarvan zijn de verkeersassistenten. Ze staan op op elke hoek van drukkere kruispunten, gekleed in uniform met een fluoriserend hesje en een petje. Ze blazen op hun fluitje als je als voetganger bij rood licht niet met beide benen op de stoep staat, en gebieden wachtende fietsers —die iets te ver zijn doorgereden— eveneens naar achteren. Het lijkt alsof ze weinig autoriteit hebben want ze worden soms volledig genegeerd. Zonder gevolg overigens. Om 18:30 uur zit hun werk erop. De spits is dan nog lang niet voorbij.