Made in China

Archief van de categorie 'Reizen'

Ouders aangekomen in Nederland

18 juli 2010, 10:14 (China 18:14)

“Dit zijn mijn schoonouders. Ze zijn hier voor familiebezoek.”
De marechaussee bladerde door een van de paspoorten en kwam al snel bij een pagina met een doorkruist visum.
“Ja, het consulaat had de visa omgewisseld. Het goede visum staat op de volgende pagina.”
“Ik zie het, ja… Hoe lang blijven ze hier?”
“Tot en met 14 augustus.”
“En waar verblijven ze?”
“Bij ons thuis.”
“En jij bent ze wezen halen?”
“Ja, ik heb het gecombineerd met een bezoek aan de Expo.”

De marechaussee voorzag de visa van stempels, en zo stonden we nog geen kwartier na de landing al bij de bagageband te wachten op onze koffers. De elf uur durende vlucht was goed verlopen. Een dag eerder was ik al bij Qi’s ouders aangekomen. Nog nooit eerder was ik zo lang met ze alleen geweest. Tot mijn eigen verbazing bleek mijn woordenschat inmiddels dusdanig groot dat we redelijk met elkaar konden communiceren. Nu Qi er niet bij was moest ik ook wel.

De bagageband draaide al, en er lagen nog wat koffers op van een eerder gearriveerde vlucht. Na een paar minuten keek Qi’s vader me ongerust aan, wijzend naar de band: “méi yǒu!” (De koffers zijn er niet!) Tja, in China moet je bij wijzen van spreken je best doen om eerder dan je koffer bij de bagageband te geraken. In Nederland duurt dat, zoals wel meer dingen, iets langer. “Děng yī xià.” (Even wachten.)

Nadat we onze koffers hadden namen we de trein, en Qi haalde ons af op het station. Met twee Chinezen die totaal aan mij waren overgeleverd voelde dat wel een beetje als ‘missie geslaagd’.

(advertenties)

Twee systemen, vijf stempels

29 juni 2010, 2:48 (China 10:48)

Ik ben aangekomen in Shenzhen, een stad in zuidoost China, tegen de grens van Hongkong aan. Het plan is om hiervandaan de komende dagen Hongkong te bezoeken.

Hongkong bestaat uit het gelijknamige eiland, het schiereiland Kowloon en de New Territories. Na de Opiumoorlog werd het Chinese keizerrijk in 1842 gedwongen het eiland Hongkong uit te lenen aan Groot-Brittanië. In 1860 werd daar Kowloon aan toegevoegd, en in 1898 de New Territories. De leaseperiode liep in 1997 af. Bij de onderhandelingen over de teruggave van Hongkong aan China was afgesproken dat Hongkong een Speciale Administratieve Regio zou worden, waarbij het bestaande sociale, economische en politieke systeem voor tenminste vijftig jaar in stand zou blijven. In Hongkong gelden dus andere wetten en regels dan op het vasteland van China: één land, twee systemen.

De twee systemen mogen dan wel één land zijn, je kunt niet zomaar van het ene systeem naar het andere reizen. Mijn hotel staat in socialistisch Shenzhen, vlakbij de grens met kapitalistisch Hongkong, hier gemarkeerd door een riviertje van nog geen honderd meter breed. Vanuit mijn kamer zie ik het grensgebouw. Na de paspoortcontrole door de Chinese autoriteiten steek je het riviertje over met een overdekte voetgangersbrug. Daarna volgt opnieuw een paspoortcontrole door de autoriteiten van Hongkong, die dus eigenlijk ook Chinees zijn.

Deze aanpak —overdag Hongkong, ‘s nachts Shenzhen— is mogelijk doordat ik een multiple entry visum voor China heb, wat betekent dat ik China onbeperkt mag inreizen. Voor Hongkong is geen visum nodig voor verblijf tot negentig dagen. Ik ben wat extra tijd kwijt aan het reizen tussen Shenzhen en Hongkong, maar dat weegt niet op tegen het geld dat ik bespaar op vliegtickets en hotelovernachtingen. Een ticket naar Shenzhen kost namelijk ongeveer eenderde van een ticket naar Hongkong, en voor hotels geldt dezelfde verhouding.

Het grensgebouw oogt als een treinstation, in het centrum van de stad, en in wezen is dat het ook. Na de paspoortcontrole kun je alleen het perron oplopen waarvandaan de trein naar het centrum van Hongkong vertrekt. Jaarlijks passeren hier bijna honderd miljoen mensen de grens. Het is de drukste grensovergang ter wereld.

Vasteland-Chinezen mogen Hongkong niet zomaar in- en uitreizen; ze hebben er een speciale pas voor nodig. Voor Shenzhenezen en Hongkongers die de grens vaak over moeten zijn er sluizen met toegangspoortjes. Het eerste poortje is te openen met een pasje. Met een scan van de vingerafdruk opent het tweede poortje.

Al met al heeft het wat absurds, een grens zo ‘midden in de stad’, en een grens die veel Chinezen niet zomaar over mogen, terwijl het aan de andere kant ook China is. En dan de enorme hoeveelheid stempels die ik deze week in mijn paspoort krijg. Als ik van Shenzhen naar Hongkong reis krijg ik drie stempels: China uit, Hongkong in, plus een stempel dat aangeeft hoeveel dagen ik in Hongkong mag blijven. Op de terugreis komen nog eens twee stempels bij: Hongkong uit en China in. Dat is vijf stempels per keer. Aan het eind van deze week ben ik zo’n twintig stempels rijker. Het is net de Expo, maar dan met kortere wachttijden.

Afhaalchinees

16 juni 2010, 10:06 (China 18:06)

Voorafgaand aan Qi’s migratie naar Nederland woonden we samen in Shanghai. Toen ik naar Shanghai vertrok zei ik dat ik mijn Chinees ging afhalen, daarmee een andere betekenis gevend aan de term ‘afhaalchinees’. Volgende week vertrek ik opnieuw naar China, deze keer voor twee afhaalchinezen: Qi’s ouders, die een maand bij ons op bezoek komen. Qi’s ouders zijn niet echt bereisd. En omdat ik graag naar de Expo in Shanghai wilde, hadden we bedacht een en ander te combineren.

Mijn reis begint op 22 juni, en gaat via Shanghai, Shenzhen/Hongkong, Nanjing en Hangzhou naar Shangyu, waar Qi’s ouders wonen. Op 15 juli vliegen we van Hangzhou, waarvan de luchthaven op zo’n 60km van Shangyu ligt, naar Amsterdam. Qi heeft vakantie als zijn ouders hier zijn en gaat niet mee. Ik moet het dus weer zonder mijn afhaalchinees stellen in China. En dat wordt nog lastig, zeker bij Qi’s ouders, aangezien zij alleen Chinees spreken en mijn Chinees nog niet je van het is.

Misschien moeten we met nummertjes gaan werken.

In december weer naar China

13 oktober 2009, 13:15 (China 21:15)

Sinds Qi voor een Chinese luchtvaartmaatschappij werkt, is het voor ons wat makkelijker om naar China te reizen. Qi krijgt van zijn werk twee bijna-gratis vliegtickets per jaar, en ziet daarnaast dagelijks de beste aanbiedingen voorbij komen. Die aanbiedingen zijn soms wat omslachtig, bijvoorbeeld dat je eerst van Düsseldorf naar Amsterdam moet vliegen. Maar als de aanbieding van ‘je eigen maatschappij’ is, dan is daar wel een mouw aan te passen.

Al met al bleek december een goed moment om weer op familiebezoek te gaan. Eén bijna-gratis ticket heb ik in augustus gebruikt. Nu gebruiken we het andere, plus een aanbieding. Als alles goed gaat vliegen we 4 december via Beijing naar Hangzhou. De luchthaven van Hangzhou ligt op zo’n 60km van Shangyu, waar Qi’s ouders wonen. We blijven tweeënhalve week.

Vriendelijkheid

9 augustus 2009, 6:10 (China 14:10)

Ik las eens een verhaal over het ontstaan van de Chinezen. Dat verhaal was dat, toen alle eigenschappen over de verschillende volkeren werden verdeeld, de Chinezen als laatste aan de beurt waren. Gewilde eigenschappen, zoals bijvoorbeeld een mooi uiterlijk, waren al vergeven. Het enige wat nog over was, was vriendelijkheid.

Over hoe mooi of lelijk de Chinezen zijn valt te twisten, maar vriendelijk zijn ze zeker. Op mijn terugreis van Chengde naar Beijing ervaar ik de Chinese vriendelijkheid weer eens. Mijn vriend uit Chengde heeft de buschauffeur gevraagd me af te zetten bij een metrostation. Want als ik eenmaal bij een metrostation ben, dan weet ik mijn weg wel te vinden. Ik kan natuurlijk een taxi nemen, maar dat is me te makkelijk.

We rijden over de Vierde Ringweg van Beijing, langs het Nationaal Stadium, waar een jaar geleden de Spelen begonnen. Even later zet de chauffeur de bus aan de kant van de weg, en gebaart me dat ik moet uitstappen. Hij wijst in verschillende richtingen, en het wordt me niet echt duidelijk waar nu het metrostation is. Tegelijk met mij stapt een jong stel uit, en uit de gebaren denk ik op te maken dat ze ook naar de metro gaan. Ik besluit ze te volgen.

Na een minuut of tien lopen is er nog steeds geen metrostation te bekennen. We komen bij een groot kruispunt. Het stel steekt over, maar lijkt verdwaald te zijn. En gaan ze wel echt naar de metro? Tijd om een ‘hulplijn‘ in te schakelen. Ik bel een vriend in Beijing, en geef mijn telefoon aan iemand die foto’s staat te maken van een viaduct. Hij draagt een badge, lijkt aan het werk, en weet hier vast de weg. Na een kort gesprek krijg ik mijn telefoon terug. “Hij zal je de juiste richting wijzen.” We hangen op. Op dat moment komt het stel weer langslopen. Ze spreken mijn ‘wegwijzer’ aan. Er volgen wat gebaren waaruit ik opmaak dat ik hen moet volgen.

We lopen terug naar een bushalte. Er stopt een bus en we stappen in. Als ik een buskaartje wil kopen is het stel me te snel af. We houden allebei geld voor aan het kaartjesverkoopster, die daarop vraagt wiens geld ze moet aannemen. Uiteindelijk neemt ze het geld aan van het stel, waarop ik mijn twee kuai aan het stel aanbiedt. Ze weigeren. Ik bied het nog een paar keer aan, maar het wordt niet geaccepteerd.

De eerstvolgende halte stappen we uit. Even verderop is een metrostation. Daar is het weer duwen geblazen om de metro in te komen. Maar dat Chinezen zich tegenwoordig niet echt geduldig tonen als ze in een rij staan wordt wellicht ook verklaard door het bovengenoemde verhaal.

(advertenties)

Naar Chengde

7 augustus 2009, 1:02 (China 9:02)

Ik word wakker van het getoeter van auto’s. Het is tegen zessen, en gisteravond ben ik vergeten het raam dicht te doen. Mijn hotelkamer ligt op de 22e verdieping, maar het getoeter —dat rond twee uur ’s nachts stopt en ongeveer twee uur later weer begint— hoor je er niet minder om. Het hotel ligt aan het centrale plein van Chengde, een stad zo’n 260 kilometer ten noordoosten van Beijing. Op het plein is ondanks de vroegte al een groep oudere mensen bezig met tai chi. En ik hoor marktlui hun koopwaar al aanprijzen.

Chengde is bekend om het resort, waarvan de naam letterlijk betekent: ‘resort in de bergen om de hitte te vermijden’. In het resort is het tenminste drie graden koeler dan in de stad zelf. Keizers van de Qing dynastie bouwden hier een tuin van bijna zes vierkante kilometer, inclusief paleizen en andere administratieve en ceremoniële gebouwen, vanwaaruit het land werd geregeerd als het in Beijing te warm was. De beste tijd om het resort te bezoeken is nu, niet alleen vanwege de aangename temperatuur, maar ook omdat de lotusbloemen in bloei staan. Er zijn plaatsen in het park waar je het idee hebt naar een perfect schilderij te kijken. Helemaal feng shui, zeg maar.

Vanuit Beijing kom je hier het snelst met de bus. Officieel duurt de reis zo’n vier uur, maar de precieze tijdsduur is afhankelijk van hoe snel de bus vol is (pas dan vertrekt ‘ie) en de staat waarin de bus verkeert. Mijn bus gaf zo’n vijf uur na vertrek en zo’n 20 kilometer voor aankomst de geest. Maar gelukkig bleek de chauffeur ook bussen te kunnen repareren. Een kwartiertje later had hij ‘em weer aan de praat, zijn armen zwart van de smeerolie.

Survivallen

27 juli 2009, 15:47 (China 23:47)

Alleen naar China is best een beetje eng een uitdaging. Normaal ben ik samen met Qi, en dan regelt Qi bijna alles. Dan is het Qi die de taxichauffeur vertelt waar we heen moeten, is het Qi die eten en drinken bestelt in restaurants, is het Qi die de kapper aangeeft hoe mijn haar geknipt moet worden, etc. Mijn inbreng was vooralsnog beperkt tot zaken als het bestellen van een ijsje. Tja… Niet echt levensreddende acties.

Toegeven: ik ken redelijk de weg in de meeste plaatsen waar ik heen ga, ik weet hoe de meest basale dingen werken, en ik ben geen absolute onbenul als het gaat om de Chinese taal. En als ik wat minder bescheiden ben dan mag ik mezelf inmiddels best wel een aardige China-kenner noemen. Maar toch… Ik vind dit best spannend. Ik zie mezelf al voor een loket staan om een treinkaartje te kopen, met achter me een ongeduldige rij. Uiteraard spreekt noch verstaat de lokettist ook maar één woord Engels, ondanks het bordje ‘English’ dat zo hoopgevend boven het glas hing. In mijn beste Chinees zeg ik waar ik heen wil, op welke datum en rond welke tijd. Maar óf er zijn voor die trein geen kaartje meer beschikbaar óf de lokettist heeft geen idee waarover ik het heb omdat ik iets op een verkeerde toon uitspreek. En zo zijn er nog wel wat angstzweet-scenarios.

Uit voorzorg heb ik wat ‘hulplijnen’ ter beschikking: Chinese vrienden in China die Engels spreken en via de telefoon kunnen vertalen. En ik neem een notitieboekje mee met daarin belangrijke woorden en zinnen. Ook in karakters, zodat ik het eventueel kan laten zien. Maar de uitdaging zit ‘em er natuurlijk in om het zonder dat notitieboekje en die hulplijnen te redden. Het zal vast wel goed komen. Toch voelt het een beetje als een survivaltocht.

Alleen naar China

5 juli 2009, 11:58 (China 19:58)

Na alle hectiek van de afgelopen tijd wil ik er even tussenuit. Het liefst natuurlijk samen met Qi, maar die wil zijn restant vrije dagen bewaren voor later dit jaar. Bovendien zou hij nu moeilijk vrij kunnen krijgen omdat veel van zijn collega’s op vakantie zijn. Dus dan maar alleen.

De meest goedkope bestemming voor ‘er even tussenuit’ ligt —paradoxaal genoeg— op zo’n tien uur vliegen van hier. Qi krijgt van zijn werk per jaar twee bijna-gratis vliegtickets naar China; het voordeel van het werken voor een luchtvaartmaatschappij. Daarbij is verblijf in China relatief goedkoop, en heb ik er inmiddels ook wat vrienden met een logeerbed.

De planning is dat ik 30 juli naar Beijing vlieg. Ik heb een stand-by ticket, wat wil zeggen dat ik alleen mee mag als er een stoel beschikbaar is. Zo niet, dan vertrek ik een dag eerder of later. De retourdatum ligt ook nog niet vast, maar zal waarschijnlijk zo’n drie weken later zijn. Even genieten van wat welverdiende rust.