Made in China

Archief van de categorie 'Uitburgeren'

Fietsen

13 juli 2010, 5:16 (China 13:16)

De tijd dat fietsen het straatbeeld in China domineerden is lang voorbij. De gouden koe is ervoor in de plaats gekomen. Opvallend is dat in Hangzhou het fietsen wordt gepromoot. Op veel plekken in de stad staan leenfietsen die je met een chipkaart uit de klem kunt halen. Op een andere plaats kun je de fiets weer vastklemmen, waarna het verschuldigde bedrag van de chipkaart wordt gehaald.

Mijn hotel biedt ook fietsen aan, dus ik ga voor die optie. Er is alleen nog een damesfiets beschikbaar. Of ik dat erg vind, vraagt de receptioniste. Zou een buitenlander op een damesfiets nog meer bekijks trekken dan een buitenlander op een herenfiets? Vast niet.

Het is een typische Chinese fiets: klein, met het zadel op de laagste stand. De remmen van mijn fiets piepen meer dan remmen. Dat is mooi meegenomen, denk ik aanvankelijk, want de bel aan het stuur maakt totaal geen indruk op mijn medeweggebruikers. Maar al snel kom ik er achter dat de piepende remmen dat evenmin doen. Voetgangers die zonder te kijken oversteken, of andere fietsers die zonder te kijken opeens besluiten aan de andere kant van het fietspad te gaan rijden — ze vertrekken geen spier bij het snerpende, indringende geluid dat mijn remmen produceren. De blik is alleen gericht op de kant waar men heen moet. Verder laten de verkeersregels zich kort samenvatten: de sterkste neemt voorrang, en daar anticipeert reageert de rest op.

En daar rij ik dan, op mijn stalen ros. In het begin steek ik nog wat schichtig de drukke kruispunten over. Ik fiets langs het Westmeer, en al snel bevind ik me in de heuvels rond het meer, tussen de theeplantages. Rust. Als je hier bent snap je waarom Hangzhou de mooiste stad van China wordt genoemd. “Hemel op aarde”, zoals de Chinezen zeggen.

Kracht zetten is wat lastig als je knieën bijna het stuur raken, dus ik loop een groot stuk naar boven, al uitkijkend naar de rit naar beneden. Die loop ik echter ook grotendeels, om maar niet al piepend de heuvel af te suizen. Eenmaal terug in de stad begeef ik me als een echte Chinees in het verkeer. Ik fiets tegen het verkeer in, en schrik me niet langer het leplazarus als er vlak achter me een auto claxonneert. Ergens best wel stoer, zo op mijn kinderfiets.

(advertenties)

Survivallen

27 juli 2009, 15:47 (China 23:47)

Alleen naar China is best een beetje eng een uitdaging. Normaal ben ik samen met Qi, en dan regelt Qi bijna alles. Dan is het Qi die de taxichauffeur vertelt waar we heen moeten, is het Qi die eten en drinken bestelt in restaurants, is het Qi die de kapper aangeeft hoe mijn haar geknipt moet worden, etc. Mijn inbreng was vooralsnog beperkt tot zaken als het bestellen van een ijsje. Tja… Niet echt levensreddende acties.

Toegeven: ik ken redelijk de weg in de meeste plaatsen waar ik heen ga, ik weet hoe de meest basale dingen werken, en ik ben geen absolute onbenul als het gaat om de Chinese taal. En als ik wat minder bescheiden ben dan mag ik mezelf inmiddels best wel een aardige China-kenner noemen. Maar toch… Ik vind dit best spannend. Ik zie mezelf al voor een loket staan om een treinkaartje te kopen, met achter me een ongeduldige rij. Uiteraard spreekt noch verstaat de lokettist ook maar één woord Engels, ondanks het bordje ‘English’ dat zo hoopgevend boven het glas hing. In mijn beste Chinees zeg ik waar ik heen wil, op welke datum en rond welke tijd. Maar óf er zijn voor die trein geen kaartje meer beschikbaar óf de lokettist heeft geen idee waarover ik het heb omdat ik iets op een verkeerde toon uitspreek. En zo zijn er nog wel wat angstzweet-scenarios.

Uit voorzorg heb ik wat ‘hulplijnen’ ter beschikking: Chinese vrienden in China die Engels spreken en via de telefoon kunnen vertalen. En ik neem een notitieboekje mee met daarin belangrijke woorden en zinnen. Ook in karakters, zodat ik het eventueel kan laten zien. Maar de uitdaging zit ‘em er natuurlijk in om het zonder dat notitieboekje en die hulplijnen te redden. Het zal vast wel goed komen. Toch voelt het een beetje als een survivaltocht.

Ochtendwandeling

26 april 2009, 7:03 (China 15:03)

Zondagochtend, kwart voor negen. De dagelijkse wandeling van het hotel naar Qi’s ouders, ongeveer tien minuten lopen. ’s Ochtends loop ik dit stuk meestal alleen. Qi slaapt uit.

Een bewaker houdt vanaf zijn rieten stoel toezicht over de hooguit tien auto’s van hotelgasten, die op de stoep, op een geïmproviseerde parkeerplaats staan geparkeerd. Terwijl ik de parkeerplaats oversteek is er de eerste ‘hé-een-buitenlander’-ervaring van vandaag. Een jongen ziet me in zijn ooghoek, kijkt me daarna recht aan, en lacht me vriendelijk toe.

De supermarkt is open, net zoals elke dag, en op straat is het even druk als altijd. De effectenbeurs aan de overkant is wel gesloten; het enige teken tot nog toe dat het weekend is. Behendig steek ik over in de georganiseerde chaos. Bij het zebrapad, voor wat het waard is. Dat gaat gepaard met het gebruikelijke getoeter, waar ik me niets van aantrek, want men zal het wel uit het hoofd laten om me aan te rijden. Tenminste, daar gaan we vanuit, want de schadevergoedingen die men moet betalen zijn hoog.

Buiten bij de restaurants worden groenten schoongemaakt en gesneden. Er staat al een grote teil met gekookte rijst klaar, en er worden al gerechten klaargemaakt. De plastic krukjes staat nog opgestapeld. Over een paar uur zullen ze de doorgang blokkeren.

Om de hoek is nu al een opstopping. De straat is hier breed, maar voor de ingang van de markt hebben boeren hun producten uitgestald. Precies op het smalste stuk is een auto zich een weg uit de parkeerplek aan het wurmen. Maar dat vlot niet erg omdat tijdens het voor- en achteruit steken steeds een kleine doorgang openblijft. Als Chinese voetganger, fietser of scooteraar zie je dan je kans schoon.

Naast de landbouwproducten staan er teiltjes met vis, schaal- en schelpdieren. Slangetjes blazen zuurstof in het water. Want Chinezen houden van vers. Kippen wachten in een kooi op hun naderende einde. De boerin draait ze ter plekke de nek om. Voor haar liggen al een paar geplukte exemplaren.

Naast de ingang van de markt zijn er in deze straat vooral karaokegelegdenheden. ’s Avonds galmt hier vals geblèr. Eén van de panden wordt momenteel verbouwd. Nog een karaoke erbij. Een bouwvakker loopt met een draagbalk over zijn schouder, met aan elke kant een mandje met puin. Er wordt gewerkt aan de verlichting aan de voorgevel. Die zal vast nog meer knipperen dan die van de buren.

Ik loop door de tunnel onder het spoor. Ook hier wordt gewerkt. Onlangs zijn de masten voor de bovenleiding geplaatst. Later dit jaar zullen de treinen hier op elektriciteit gaan rijden, en met 250 kilometer per uur voorbij gaan razen. Daarom worden hekken langs het spoor gebouwd. Nu kun je nog zo op de rails komen.

Op de trappen van de brug zit een oudere man te bedelen. In zijn plastieken bakje ligt een muntstuk van één yuan, zoals elke dag. Hij houdt het mandje omhoog, kijkt eerst naar de grond, daarna naar mij, een paar keer met het mandje schuddend. “Jīntiān méi yǒu quán. Wǒ zuótiān gěi nǐ wǔ kuài.” “Gisteren heb ik je al vijf yuan gegeven.” Hij knikt en rijst niet op, zoals hij anders doet.

Hier begint het park. Het is er drukker dan doordeweeks. Er zitten hand- en gezichtslezers langs de kant van het pad. Mij spreken ze niet aan, want hoe moeten ze hun bevindingen aan een buitenlander overbrengen? “American!“, hoor ik jongen roepen. “Bù shì měi guó rén.” “Ik ben geen Amerikaan.” “Hello!” roept hij terug. Ik antwoord met “Nǐ hǎo“. Een oudere man, die vlakbij het park woont, houdt een vogel die ook ‘nǐ hǎo‘ kan zeggen. En ‘rot op’, in het Chinees. Het is altijd maar afwachten óf en wát de vogel terugzegt. Hij zit in een kooitje, dat aan het balkon hangt. Ik roep “Nǐ hǎo” naar boven. Geen reactie.

Een straatreinigster komt me met haar kar tegemoet lopen. De vogel reageert alsnog, vandaag met “rot op”. De vrouw kijkt me verbaasd aan. Ik weet niet goed of dit een ‘hé-een-buitenlander’-blik is, of dat ze mij van het gescheld verdenkt.

Het is alsof ik als een kind in een hele grote snoepwinkel loop. Ik geniet van de wandelingen. Het is voorlopig de laatste. Morgen vertrekken we naar Shanghai, om de dag erna door te reizen naar Hongkong, voor vakantie en zaken.

Homoseksualiteit

15 april 2009, 7:58 (China 15:58)

We weten niet of Qi’s ouders beseffen dat Qi en ik een relatie hebben. Misschien vermoeden ze het wel, misschien ook niet. ‘Het vertellen’ ligt gecompliceerd en is niet zo vanzelfsprekend als in het Westen.

Chinese ouders maken zich vaak zorgen om hun kinderen. En daar is alle reden toe. Er heerst in China een enorme concurrentiestrijd. Er zijn heel veel mensen, en die vele mensen raken gemiddeld steeds hoger opgeleid. Maar er zijn onvoldoende goede banen, wat leidt tot diploma-inflatie. Zelfs voor eenvoudige banen moet je inmiddels universitair geschoold zijn. Wil je de baan niet? Dan voor jou tig duizenden anderen. Ouders doen er alles voor om hun kinderen zo goed mogelijk terecht te laten komen, en er ligt een grote druk op de kinderen om exceptioneel te presteren. Bovengemiddeld is niet goed genoeg.

Zo hebben Qi’s oom en tante voor hun dochter een baan ‘gekocht’. Qi’s nichtje is hoogopgeleid, maar voor een passende baan aangenomen worden na sollicitaties zou te lang duren, zo niet onmogelijk zijn. Dus hebben haar ouders via via een bepaald bedrag betaald, en kreeg hun dochter de positie. Ze vindt het werk niet leuk, maar ze kan het tegenover haar ouders niet maken om ontslag te nemen. Haar ouders hadden de financiële middelen om dit te doen. Veel andere ouders hebben dat niet. Ze moet dankbaar zijn.

Alles wat door anderen kan worden gezien als een negatieve afwijking van het normale, kan een gevaar vormen voor het ‘goed terecht komen’, en vormt voor ouders aanleiding om zich zorgen te maken. Homoseksualiteit is daar een voorbeeld van. Wat als andere mensen gaan praten? Wat als mensen, waarvan je afhankelijk bent, het afkeuren? Dan zal je kind nooit een goede baan vinden, met alle gevolgen van dien. En je kind heeft het al moeilijk genoeg.

Waar komt die afkeuring vandaan?

Lees verder

Veel te vroeg

5 april 2009, 18:18 (China 2:18 +1)

Het overgrote deel van de Chinezen gebruikt geen agenda. Lang vooruit plannen is niet des Chinees. Een afspraak maken voor volgende week kan nog, maar voor over een maand?! “Veel te vroeg!”

Over een paar dagen vertrekken we naar China. We blijven twee weken bij Qi’s ouders, die op drie uur reizen van Shanghai wonen. Qi’s ouders wonen niet groot, en daarom slapen we meestal in een hotel. Bij vorige bezoeken vroeg ik Qi nog wel eens of zijn vader al een hotel had geregeld. Dat vraag ik niet meer, omdat het antwoord steeds hetzelfde was: “Veel te vroeg!”, met een blik van: dat snap je toch zelf ook wel?!

We gaan ook een week naar Hongkong. Voor het hotel in Hongkong en de reis ernaartoe wilden we een all inclusive arrangement boeken bij een Chinese reisorganisatie. Een dergelijk arrangement was pas sinds vorige week boekbaar. Want Chinezen boeken zoiets nu eenmaal niet maanden van te voren.

Ik pak mijn koffer overmorgen, de avond voor vertrek. Heel Chinees, dat ik dat zo kort van te voren doe, zou je denken. Maar nee. Qi’s koffer staat al gereed, en hij heeft me al een paar keer gevraagd wanneer ik nu eindelijk ga pakken. Hij herinnert me er regelmatig aan, op een manier alsof ik het totaal zou vergeten als hij er niet naar zou vragen.

Soms begrijp ik de Chinezen niet. Het is vast nog te vroeg.

(advertenties)

Uitburgeren

19 oktober 2008, 15:11 (China 23:11)

Nu Qi hier aardig is ingeburgerd, rijst allicht de vraag hoe het staat met mijn uitburgering: mijn kennis van de Chinese taal en samenleving.

Ik verslind boeken over China, en dat terwijl ik voorheen bepaald geen lezer was. Nu lees ik een bijna duizend pagina’s tellende biografie van Mao (toch vrij taaie kost) in één ruk uit en ga dan naarstig op zoek naar meer. Nog meer China. Mijn boekenkast kleurt langzaam rood. Want boeken over China hebben nu eenmaal een rode rug. Ik bestel mijn boeken bij meerdere boekenwinkels, omdat ze anders denken: “Leest die jongen nooit iets anders?!”

Qua kennis over de Chinese samenleving zit het wel goed. Nu de taal nog. Vorig jaar —gedurende de drie maanden dat we in Shanghai woonden— was het de bedoeling dat ik Chinese les zou gaan volgen. Daar was helaas geen tijd voor, al heb ik natuurlijk wel het een en ander meegekregen. Maar nu wordt er ook structureel aan gewerkt: elke week twee uur les, met een lerares die het grootste deel van de tijd Chinees praat. En huiswerk, waarbij karakters moeten worden gelezen én geschreven. Misschien leidt die kennis van de Chinese taal ook nog tot meer kennis over mijn Chinese partner: straks begrijp ik eindelijk wat hij allemaal vertelt in zijn slaap.